De 8 mooiste nationale parken van Europa (waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord)
Eigenlijk hebben we geen idee hoeveel nationale parken Europa precies telt. Het moeten er ongeveer vijfhonderd zijn, en de parken zelf zijn net zo divers als het natuurbeleid in de verschillende Europese landen. Zo telt Nederland inmiddels maar liefst 22 nationale parken, terwijl landen als België en Portugal het bij één officieel nationaal park houden. We nemen je mee naar acht parken waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord.
1. Aggtelek, Hongarije: een ondergronds sprookje van karst en grotten

Waar de meeste nationale parken in het leven zijn geroepen om hun uitzonderlijke biodiversiteit te beschermen, ontleent Aggtelek in Hongarije zijn bestaansrecht aan een verborgen wonderwereld van stalagmieten en stalactieten. De 712 (!) karstgrotten van Aggtelek staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco en lopen in sommige gevallen, zoals de 25,5 kilometer lange Baradlagrot, ondergronds door tot over de Slowaakse grens.
Voor grottentours kun je afdalen vanuit de dorpen Aggtelek en Jósvafő, waar je vanuit een huzulemanege ook paardrijtochten kunt maken op sterke Karpatenpony’s. Wie nog dieper wil afdalen in de stenen labyrinten én geen last heeft van claustrofobie kan zich aanmelden voor vier tot zeven uur durende speleologietours.
Ook bovengronds valt er in dit park voldoende te ontdekken: een karstlandschap vol prachtige wilde bloemen, vuursalamanders, johannisskinken, smaragdhagedissen, herten, everzwijnen, wilde katten en 21 vleermuissoorten. Ook wolven en lynxen laten zich de laatste jaren weer steeds vaker zien in dit deel van Hongarije.
Columbus-tip: wil je de grotten op een unieke manier ervaren? Boek een concert in de ‘Concertzaal’ van de Baradlagrot. De akoestiek tussen de enorme stalactieten is fabelachtig en er worden geregeld klassieke en moderne optredens georganiseerd.
2. Snæfellsjökull, IJsland: de magische kracht van de slapende vulkaan

Volgens geologen is de 1446 meter hoge Snæfellsjökull een slapende vulkaan, maar de IJslanders zelf weten wel beter. De enige die hier slaapt is de halfreus Bárðr, beschermgeest van het Snæfellsnes-schiereiland. Nationaal Park Snæfellsjökull is een van slechts drie nationale parken van IJsland; why bother, als de natuur het hier toch overal voor het zeggen heeft? Het park ligt aangenaam ver van de drukbezochte Golden Circle en Ring Road en is vooral populair bij de inwoners van Reykjavík.
Buiten het seizoen heb je de zwarte kliffen, de door de oceaan uitgesleten rotsboog Gatklettur en de grillige lavavelden voor jezelf. Hier dwaal je door het verlaten vissersdorp Beruvík, balanceer je op de kraterrand van de uitgedoofde vulkaan Saxhóll of kies je voor een work-out bij Djúpalónssandur door stenen te tillen waarmee de Vikingen hun kracht testten. Wij kwamen niet verder dan hálfdrættingur, waarmee je in de Vikingtijd een modderfiguur sloeg …
Columbus-tip: rijd naar de vuurtoren van Svörtuloft. De contrasten tussen de knaloranje toren en de gitzwarte lavakliffen zijn een droom voor elke fotograaf. In de zomermaanden nestelen hier duizenden zeekoeten en drieteenmeeuwen in de rotswanden.
3. Basilicata, Italië: de verborgen groene long van de laars

We geven ’t meteen toe: hier smokkelen we een beetje, want de ondergeschoven regio Basilicata in Italië telt niet één, maar wel twee onbekende nationale parken, te weten Pollino en Appennino Lucano Val d’Agri Lagonegrese. Het moeilijk toegankelijke Pollino is het grootste nationaal park van Italië. De onmetelijke wouden van Bosnische dennen bieden dan ook dagenlang verdwaalplezier. Wie zich boven de boomgrens waagt in dit deel van de Apennijnen met tal van pieken boven de tweeduizend meter, kijkt uit op de Tyrreense Zee in het westen en de Ionische Zee in het oosten.
Nationaal Park Appennino Lucano Val d’Agri Lagonegrese is even rijk aan boomsoorten als aan lettergrepen. Hier vind je dichte beukenbossen en moseiken hoog in de bergen en karakteristieke witte abelen, donzige eiken en haagbeuken in de dalen. Sla bij een bezoek aan dit park de dramatisch tegen de bergwand geplakte dorpen Pietrapertosa en Castelmezzano niet over, twee van I Borghi più Belli d’Italia.
Columbus-tip: voor de ultieme adrenalinekick in dit gebied vlieg je met de Volo dell’Angelo (Engelenvlucht). Aan een zipline raas je met 120 kilometer per uur tussen de toppen van de dorpen Castelmezzano en Pietrapertosa door, met een duizelingwekkend uitzicht over de Dolomiti Lucane.
4. Kornati, Kroatië: beleef je eigen Robinson Crusoe-avontuur

Geen winkels, niet meer dan een handvol restaurants (die alleen in het hoogseizoen geopend zijn) en vakantiehuisjes waar de elektriciteit het maar een paar uur per dag doet. Voor het echte Robinson Crusoe-gevoel kun je in Kroatië in Nationaal Park Kornati terecht. De beste manier om de 89 eilandjes te bezoeken is met je eigen jacht. Of huur een huisje voor een week, pluk verse vijgen en vang zelf vis voor op de barbecue. Bij de meeste huisjes krijg je je eigen bootje, waarin je de Dalmatische karstkust op je gemak verkent en in een baai naar keuze een duik in het kristalheldere water van de Adriatische Zee neemt.
Iets minder extreem en afgelegen, maar qua landschap vergelijkbaar zijn de steile kliffen van Telašćica op het nabijgelegen eiland Dugi Otok. Hiervoor heb je geen eigen boot nodig en de jaarlijkse ezelrace is een evenement om niet snel te vergeten.
Columbus-tip: vaar naar het eiland Mana. Hier vind je op de hoge kliffen de overblijfselen van een filmset uit de jaren vijftig (voor de film As the Sea Rages). De stenen ruïnes zien eruit als een antiek Grieks dorp en bieden een surrealistisch contrast met de diepblauwe zee.
5. Koerse Schoorwal, Litouwen: dwaal over de hoogste duinen van Europa

Tussen Klaipėda, Litouwen en de Russische grens bij Zelenogradsk ligt de bijna honderd kilometer lange Koerse Schoorwal, een kwetsbare zandtong die op sommige plaatsen niet meer dan vierhonderd meter breed is. Hier vind je de hoogste duinen van Europa – sommige tot wel zestig meter hoog – in een steeds weer veranderend landschap van verstuivend zand. Deze Unesco-Werelderfgoedsite telt twee nationale parken, met de voormalige artiestenkolonie Nida als populairste uitvalsbasis.
Het moet gezegd: de natuur wordt beter beschermd in het Litouwse park, waar nergens afval ligt en de dorpen een beter onderhouden aanblik bieden dan bij de buren. Wie het lukt om Russische grens over te steken (wat sinds de invasie van Oekraïne een heel stuk lastiger is geworden, omdat de meeste grensovergangen gesloten zijn) vindt daar wel nóg hogere zandduinen, getijdenpoelen vol amber aan de Oostzee en de wild kronkelende, scheefgegroeide bomen van het Dansende Bos, dat bij de lokale bevolking (uiteraard) bekend staat als het Dronken Bos.
Columbus-tip: huur een fiets in Nida en verken de dichte dennenbossen die de stuifduinen moeten bedwingen.
6. Rago, Noorwegen: wildernis voor gevorderden boven de poolcirkel

Wie Nasjonalpark Rago in Noorwegen wil bezoeken moet stevig in zijn of haar (wandel)schoenen staan: hier rijd je niet even heen om snel een paar kiekjes te maken. Sowieso kom je de bijna vijftig nationale parken van Noorwegen niet in met je auto. De Noorse natuur wordt strikt beschermd en dat betekent dat bezoekerscentra, accommodaties en zelfs wegen buiten de parkgrenzen liggen.
Rago is een van de kleinere nationale parken en ligt honderd kilometer boven de poolcirkel in de provincie Nordland. Een monsterhike van 24 kilometer voert door uitgestrekte wouden waar elanden, rendieren en veelvraten leven. Wie massief graniet en steile richels trotseert, wordt beloond met een adembenemend uitzicht over de diepe vallei die de meanderende Storskogelva heeft uitgesleten en waar het water van bergmeer Litlverivatnet met bulderend geraas de diepte in stort. De mooiste plekken om je tent op te zetten vind je aan het Litlverivatnet of het verderop gelegen Storskogvatnet.
Columbus-tip: er zijn geen bemande hutten in Rago, maar wel drie gratis onbemande schuilhutten (zoals de Storskogvatnet-hut). Neem je eigen slaapzak en brander mee en ervaar de absolute stilte van de Arctische wildernis; de kans dat je hier andere mensen tegenkomt is minimaal.
Ook interessant: Top 5 adembenemende nationale parken in Noorwegen
7. Peneda-Gerês, Portugal: tijdreizen door granieten amfitheaters

Portugal heeft maar één nationaal park, maar wát voor een! In de afgeronde graniettoppen van het noordelijke grensgebied met Spanje hebben wind en water een gigantisch amfitheater uitgesleten. Acht- tot zesduizend jaar geleden werden er in het onherbergzame Peneda-Gerês al hunebedden gebouwd. Wie door het park wandelt, maakt een ware reis door de tijd. Van prehistorische rotstekeningen loop je over Romeinse wegen en bruggen naar het verdronken dorp Vilarinho da Furna of de espigueiros van Soajo. Laatstgenoemde zijn eeuwenoude granieten graanschuren, waar de geharde inwoners van deze streek hun oogst beschermden tegen ratten en ander ongedierte.
De meeste bezoekers stellen zich tevreden met de klaterende watervallen en religieuze schrijnen in de buurt van de spaarzame toegangswegen, maar wie dieper het park in trekt maakt kans om zeldzame dieren te spotten zoals de Iberische wolf, Spaanse steenbok, goudstreepsalamander, wipneusadder of Pyrenese desman, een molachtig zoogdier dat in koude, snelstromende bergbeekjes leeft.
Columbus-tip: zoek de natuurlijke warmwaterbronnen van Termas do Gerês op of neem een duik in de kristalheldere lagunes van de Sven Lagoas (Zeven Lagunes) bij Cabril. Het water is fris, maar de granieten omgeving is magisch.
8. Podyjí, Tsjechië: een verborgen vallei achter het IJzeren Gordijn

Tussen 1950 en 1990 werd er in Podyjí, het kleinste nationale park van Tsjechië, ‘Wie is de mol?‘ in het werkelijke leven gespeeld. Het natuurgebied maakte deel uit van het IJzeren Gordijn en vormde daarmee een gevoelige grenszone tussen Tsjechoslowakije en Oostenrijk. Het ongerepte rivierdal was voor vrijwel iedereen verboden gebied en daar heeft de natuur hier in het zuiden van Moravië volop van geprofiteerd.
Ingeklemd tussen kastelen en ruïnes meandert de Dyje tussen Znojmo en Vranovnad Dyjí door een ongekend gevarieerd landschap van duizelingwekkende rotswanden, dichte groene bossen, heidevelden en steppeachtige vlaktes. Ook de flora en fauna van Podyjí zijn uniek: in het park zijn maar liefst 65 zoogdiersoorten en 199 soorten vogels waargenomen.
En al zijn toeristen er tegenwoordig welkom, toch behaalt Podyjí van alle nationale parken in Tsjechië nog altijd de laagste kijkcijfers. Aan degenen die er geweest zijn: speel het spelletje alsjeblieft nog even mee en bewaar dit geheim …
Columbus-tip: bezoek de Šobes-wijngaard, midden in het nationale park. Het is een van de oudste en mooiste wijngaarden van het land. Je kunt hier op een zonnig terras direct aan de wandelroute genieten van een glas lokale Riesling of Pálava, met uitzicht op de meanderende rivier.
Altijd als eerste op de hoogte van het laatste reisnieuws en de beste insidertips? Meld je aan voor de gratis Columbus Travel-nieuwsbrief en volg ons op Facebook, Instagram, Linkedin, Spotify en/of YouTube!
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Wil je onze reisverhalen en tips vaker terugzien? Google biedt nu de mogelijkheid om je favoriete media, zoals Columbus Travel, voorrang te geven. Klik in Google News op de ster of de volg-optie bij onze titel om ons toe te voegen aan je voorkeursbronnen. Kleine moeite, meer vakantiegevoel in je feed!




