7x Kroatië voor cultuurliefhebbers: van Romeinse paleizen tot de beste wijnen
Kroatië wordt vaak samengevat in twee woorden: zon en zee. Maar onder die mediterrane laag ligt een land dat eeuwenlang op het snijvlak van rijken lag. Romeinen, Venetianen, Byzantijnen, Ottomanen en Habsburgers lieten sporen achter. Wat het land bijzonder maakt, is dat die lagen niet zijn weggepoetst of geïsoleerd in vitrines. Ze vormen nog altijd het geraamte van steden, het ritme van tradities en zelfs de smaak van wat er op tafel komt. We delen zeven tips om zelf met volle teugen van de cultuur van Kroatië te genieten. Plus: speel de Kroatië-quiz en win een vakantie voor twee!
1. Ontdek de Werelderfgoederen van Kroatië

Als je aan Unesco-Werelderfgoed in Kroatië denkt, kom je al snel uit bij Dubrovnik. De stad is wereldwijd bekend; niet alleen de muren zijn beschermd, maar de héle oude binnenstad daarbinnen, met haar straten, pleinen, kerken, paleizen en verdedigingswerken. Maar Kroatië telt maar liefst negen andere materiële Unesco-Werelderfgoederen. Het gaat vaak niet om losse monumenten, maar om complete historische kernen.
Zo vormt in Split het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus, dat werd gebouwd rond 300 na Christus, nog altijd het centrum van de stad. Diocletianus regeerde van 284 tot 305 en liet een versterkt paleis bouwen aan de Adriatische kust om zich na zijn aftreden terug te trekken. In de middeleeuwen trokken bewoners binnen de muren en bouwden huizen tegen Romeinse structuren aan. Vandaag lopen inwoners en bezoekers door straten die oorspronkelijk als paleisgangen dienden. Het Romeinse binnenhof is een levendig plein; kelders herbergen winkels en cafés.
Šibenik laat weer een ander Kroatië zien: de Kathedraal van Sint-Jacobus werd er in de vijftiende en zestiende eeuw volledig uit steen gebouwd, zonder mortel. Je ziet het vakmanschap in de manier waarop de blokken op elkaar grijpen, alsof het een gigantische puzzel is.
En in Poreč staat de Eufrasiusbasiliek, beroemd om haar schitterende zesde-eeuwse mozaïeken.
2. Zet het op een zingen (en dansen)

Naast monumenten beschermt Unesco ook immaterieel erfgoed in Kroatië: tradities, rituelen en ambachten die nog steeds worden uitgevoerd. In Slavonië, het vlakke oosten van het land, klinkt de bećarac. Dat zijn korte, vaak humoristische of licht provocerende liederen die tijdens feesten en dorpsbijeenkomsten worden opgevoerd, begeleid door de tamburica, een traditioneel snaarinstrument dat verwant is aan de mandoline.
Langs de Dalmatische kust hoor je klapa, meerstemmige a capella-zang waarin zeevaart, liefde, afscheid en thuiskomst staan. In steden als Split en Zadar vormen mannen vaak spontaan een halve cirkel op een plein, terwijl de avond valt en de stemmen zich mengen met het geluid van de zee.
Ambachtelijke tradities zijn even betekenisvol. Het maken van licitari – rood geglazuurde, hartvormige koeken uit Noord-Kroatië – is een eeuwenoud vak dat nog altijd in familieateliers wordt beoefend. Hetzelfde geldt voor kantklossen, met regionale varianten zoals het verfijnde kant uit Lepoglava en het eiland Pag, waar patronen en technieken per streek verschillen.
3. Verdwaal in het middeleeuwse labyrint van Trogir

Trogir, gelegen op een klein eilandje tussen vasteland en Čiovo, geldt als een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Europa. Het stratenpatroon is vrijwel onveranderd sinds de dertiende eeuw. Het centrum is compact, ommuurd, overzichtelijk en toch rijk aan lagen. Je loopt in enkele honderden meters van stadspoort naar haven, maar onderweg passeer je meerdere eeuwen geschiedenis. Van de vijftiende tot de achttiende eeuw viel dit deel van Dalmatië onder de Republiek Venetië. Venetiaanse paleizen, smalle stegen, kleine pleinen en vestingwerken liggen dicht op elkaar.
De Kathedraal van Sint-Laurentius is het hart van de stad en toont een opeenvolging van Romaanse, gotische en renaissancestijlen. Het Radovanportaal, rijk aan beeldhouwwerk, laat scènes zien uit het dagelijks leven van de middeleeuwen, niet alleen van heiligen, maar ook van boeren, dieren en ambachtslieden. Aan de westkant waakt het robuuste Fort Kamerlengo over de haven, ooit onderdeel van de Venetiaanse verdedigingslinie. Vanaf de muren kijk je uit over de terracotta daken en de smalle zeearm richting Čiovo.
4. Laat je verrassen door hoofdstad Zagreb

De Kroatische hoofdstad Zagreb ligt in het noorden van Kroatië, dichter bij Wenen en Boedapest dan bij de Adriatische kust. De stad ontwikkelde zich in de negentiende eeuw binnen het Oostenrijks-Hongaarse rijk en heeft daardoor een Midden-Europees karakter. Dat zie je terug in de brede lanen, de imposante neobarokke gebouwen en de parken die in hoefijzervorm in de Benedenstad (Donji Grad) zijn aangelegd.
De Bovenstad (Gornji Grad) bestaat juist uit smalle, middeleeuwse straatjes, pleinen en kerken. Blikvanger daar is de kleurrijke dakpartij van de Sint-Marcuskerk, waarop het wapen van Kroatië en dat van Zagreb in geglazuurde dakpannen zijn verwerkt. Even verderop torent de Kathedraal van Zagreb boven de stad uit, met haar ranke, neogotische spitsen die na de aardbeving van 2020 steen voor steen worden gerestaureerd: een tastbare herinnering aan de veerkracht van de stad.
5. Kies voor slow travel en omarm pomalo

Het Kroatische woord pomalo, vaak vertaald als ‘rustig aan’, verwijst naar de Kroatische levenshouding waarin tijd niet strak wordt gemeten, maar rustig wordt ervaren. Langs de Dalmatische kust was het tempo historisch afhankelijk van zeevaart, landbouw en seizoenen. Werk volgde natuurlijke cycli, niet industriële schema’s. Aan de kust vertaalt zich dat in kleine dagelijkse rituelen: een potje kaarten in de schaduw, bocce (balspel) onder pijnbomen, wat brood met olijfolie en een glas maraschino bij zonsondergang. Een aanverwant begrip is fjaka: een staat van aangename loomheid waarin niets hoeft en de dag zich vanzelf ontvouwt. Die mentaliteit sluit aan bij slow travel, een bewuste manier van reizen waar niks hoeft en alles mag.
Omarm pomalo bijvoorbeeld in Slavonië, in het oosten van Kroatië. Hier liggen boerenfamiliebedrijven waar graan, paprika’s en wijn nog op traditionele schaal worden verbouwd. Sommige boerderijen bieden overnachtingen aan, als verlengstuk van het boerenleven. Je eet wat er die dag is geoogst of geslacht: stoofpotten, huisgemaakte worsten, brood uit de eigen oven. Het tempo wordt bepaald door het land, niet door een excursieschema.
Ook in Konavle, het landelijke gebied ten zuiden van Dubrovnik richting Montenegro, ligt het tempo laag. Hier vind je dorpen met stenen huizen, moestuinen, wijngaarden en olijfgaarden die vaak al generaties in dezelfde familie zijn. Sommige families openen hun erf voor bezoekers: je eet onder een pergola, krijgt wijn ingeschonken die niet in supermarkten ligt en proeft olijfolie van eigen bomen.
6. Kroatische wijn: proef 2500 jaar wijntraditie

De wijnbouw in Kroatië gaat terug tot de Griekse kolonisatie in de vierde eeuw voor Christus. Door eeuwenlange aanpassing aan microklimaten ontstonden unieke druivenrassen. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat de wereldwijd bekende Zinfandel oorspronkelijk de Kroatische variëteit Tribidrag (Crljenak) is, al sinds de vijftiende eeuw aanwezig.
Bijzondere aanbeveling voor wijnliefhebbers verdient Plešivica, een heuvelachtig wijngebied op een uur rijden van Zagreb dat bekendstaat om mousserende wijnen en frisse witte druiven. De wijngaarden liggen op steile hellingen; veel werk gebeurt nog met de hand. Slow travel betekent hier een middag bij een kleine producent doorbrengen, luisteren naar uitleg over bodem en microklimaat en proeven hoe verschillen in hoogte en zonligging de smaak beïnvloeden.
Wie de kust volgt, komt uit in Pelješac, een schiereiland vol zonovergoten hellingen waar de krachtige plavac mali gedijt op kalkrijke bodems boven zee. Hier proef je hoe hitte, wind en zoutnevel samen een andere wijnstijl vormen dan in het noorden. Kroatië is geen land van massaproductie, maar van kleinschalige domeinen waar traditie en experiment naast elkaar bestaan, vaak met uitzicht op zee of heuvelrug.
7. Olijfolie: proef vloeibaar erfgoed

Overal langs de Kroatische kust, van Istrië tot aan de regio Dubrovnik, liggen olijfgaarden die de afgelopen decennia een sterke heropleving hebben doorgemaakt. Kroatische olijfolie behoort inmiddels tot de mediterrane top. Kenmerkend is de kleinschalige teelt: veel oliën zijn afkomstig van relatief kleine gaarden waar elke boom afzonderlijke aandacht krijgt. Inheemse variëteiten zoals buža (Istrië) en oblica (Dalmatië) bepalen het karakter, van grassig en peperig tot zachter en amandelachtig.
In Pula en omgeving kun je producenten bezoeken die moderne persmethodes combineren met eeuwenoude terrassen. Op het eiland Brač staan olijfbomen die al generaties in dezelfde familie zijn. Historisch werden olijven soms in zee gespoeld om stof te verwijderen, maar hedendaagse topoliën worden zorgvuldig met zoet water gereinigd en direct koud geperst om oxidatie te voorkomen.
De manier van serveren is vaak eenvoudig en veelzeggend: vers brood, nieuwe oogst olijfolie en een snuf grof zout. In Split en Zadar worden rauwe visgerechten gemarineerd in lokale olie. Ook focaccia-achtige broden met olijfstukken en tapenades van groene of zwarte olijven zijn vaste waarden in de regionale keuken. Olijfolie is hier geen bijproduct, maar een smaakdrager en steeds vaker een reden op zich om naar Kroatië af te reizen.
Speel de Kroatië-quiz en win een vakantie voor twee!
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Kun je de quiz niet zien? Dan dien je nog onze cookies te accepteren. Accepteer je liever geen cookies? Klik dan hier.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Kroatisch Nationaal Bureau voor Toerisme.
Volg Columbus Travel op Facebook, Instagram, Linkedin, Spotify en/of YouTube en meld je aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief.


