Noorwegens ultieme eilandengids, van tijdloze archipels tot de Arctische wildernis – welk eiland past bij jou?
Met een kustlijn die langer is dan die van de rest van Europa bij elkaar, is Noorwegen het koninkrijk van de eilanden. Maar waar de meeste reizigers stoppen bij de bekende rode huisjes van de Lofoten, begint voor de Columbus-pionier het echte werk. Trek je naar de Unesco-schat van de Vega-archipel, ga je walvissen spotten in de Vesterålen of zoek je de absolute stilte op Senja? Dit is de definitieve gids voor de Noorse eilandenwereld.
De Noorse eilanden in één oogopslag

De Noorse archipels laten zich het best begrijpen door de route naar het noorden te volgen. In het zuidwesten vind je de vogeleilanden zoals Runde, een must voor natuurliefhebbers. Halverwege de kust ligt de Helgeland-archipel, waar de tijd lijkt stil te staan in de historische Vega-eilanden. Eenmaal boven de poolcirkel betreed je het rijk van de giganten: de wereldberoemde Lofoten, de wildlife-hotspot Vesterålen en het ruige Senja. Voor wie echt naar de rand van de wereld wil, wacht de arctische leegte van Spitsbergen.
Zuid- en Midden-Noorwegen: traditie en vogelpracht
Runde: voor de vogelliefhebber en de kustwandelaar

Runde is een klein stipje op de kaart, maar met een enorme reputatie. Dit is het zuidelijkste vogeleiland van Noorwegen en de thuisbasis van meer dan een half miljoen zeevogels. Het eiland is beroemd om de enorme kolonies papegaaiduikers die hier tussen mei en augustus nestelen. Het landschap is groen, steil en biedt dramatische uitzichten over de oceaan.
Bereikbaarheid: Runde is met het vasteland verbonden via een reeks bruggen. De dichtstbijzijnde stad is Ålesund, van waaruit je in ongeveer twee uur naar het eiland rijdt.
Zo reis je weg van de massa: mijd de hoofdpaden naar de vogelkliffen tijdens zonsondergang (wanneer de meeste fotografen er zijn). Trek in plaats daarvan naar de noordkant van het eiland naar de vuurtoren van Runde. Je kunt hier overnachten in de oude wachterswoningen. Wanneer de dagjesmensen weg zijn en de storm om het huis giert, voel je pas echt de isolatie van de Noorse kust.
De Vega-archipel: voor de cultuurliefhebber en de eilandhopper

De Vega-eilanden, bestaande uit zo’n 6500 eilanden en riffen, staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Niet vanwege hun hoogte, maar vanwege de eeuwenoude symbiose tussen de eilandbewoners en de eidereenden. De bewoners bouwen kleine huisjes voor de eenden. In ruil voor die bescherming laten de eenden hun kostbare dons achter, dat wordt gebruikt voor de duurste dekbedden ter wereld.
Bereikbaarheid: neem de veerboot vanuit Horn of Gladstad nabij Brønnøysund. De archipel laat zich het best verkennen per fiets.
Zo reis je weg van de massa: huur een kajak en peddel naar de kleinere, onbewoonde eilandjes van de archipel. Bezoek het E-huis (eider-museum) in Nes. Vraag daarna naar een lokale visser die je naar de afgelegen vissersdorpjes als Lånan kan brengen, waar de eider-traditie nog elke dag wordt geleefd zonder de aanwezigheid van groepen toeristen.
Boven de Poolcirkel: het rijk van de pieken en walvissen
De Lofoten: voor de fotograaf en de ambitieuze hiker

De Lofoten zijn visueel overdonderend. De granieten bergen schieten als messcherpe tanden uit de Vestfjord omhoog. Hier vind je de iconische rode rorbuer (vissershutten) op palen boven het water. Het licht is hier magisch, vooral tijdens de middernachtzon in de zomer of het noorderlicht in de winter.
Bereikbaarheid: je kunt vliegen naar Leknes of Svolvær, of de veerboot nemen vanuit Bodø naar Moskenes (een overtocht van drie tot vier uur die naar zeggen de mooiste aankomst ter wereld heeft).
Zo reis je weg van de massa: iedereen klimt naar de Reinebringen voor de bekende foto. Laat die links liggen en wandel naar het strand van Kvalvika. Dit strand is alleen te voet bereikbaar via een bergpas.
Wil je nóg meer rust? Neem de lokale boot naar het eiland Værøy, het zuidelijkste puntje van de Lofoten. Hier vind je de verlaten nederzetting Måstad, waar vroeger op papegaaiduikers werd gejaagd met speciale honden (de Lundehund).
Vesterålen: voor de wildlife-spotter en de zeekajakker

De Vesterålen zijn de wildere, minder gepolijste buren van de Lofoten. Het landschap is minder verticaal, maar de natuur is er minstens zo indrukwekkend. Dit is de enige plek in Noorwegen waar de continentale plaat zo dicht bij de kust komt, waardoor de diepe zeegeulen een overvloed aan voedsel bieden voor walvissen.
Bereikbaarheid: vlieg naar Evenes of neem de spectaculaire route over de weg via de Lofast-verbinding.
Zo reis je weg van de massa: ga naar Andenes voor een walvissafari, maar kies voor een kleine operator die met RIB-boten vaart in plaats van de grote schepen. Trek daarna naar de westkust naar het dorpje Nyksund. Dit was ooit een spookstadje dat volledig verlaten was, maar nu langzaam tot leven komt als een creatieve enclave voor kunstenaars, ver weg van de touringcars in het zuiden.
Senja: voor de avonturier die ‘Noorwegen in het klein’ zoekt

Senja is de grote verrassing van het noorden. Het eiland heeft twee gezichten: de beschutte, groene oostkant en de dramatische, door de oceaan opgezweepte westkant met de Devil’s Jaw (de bergkam van Okshornan). Het biedt de dramatiek van de Lofoten, maar dan zonder de verkeersopstoppingen.
Bereikbaarheid: rijd vanuit Tromsø in zo’n drie uur naar Senja of neem de veerboot van de Vesterålen (Andenes naar Gryllefjord) in de zomer.
Zo reis je weg van de massa: beklim de Segla-berg voor het uitzicht, maar wandel ook naar de verlaten baaien rondom Ånderdalen Nationaal Park. Hier loop je door oerbossen van dennen en berken die al honderden jaren onaangeroerd zijn. Op Senja hoef je niet te zoeken naar een rustige plek; het hele eiland is een oase.
De Arctische Rand: Spitsbergen
Svalbard: voor de ultieme expeditie-reiziger

Spitsbergen (Svalbard) is een wereld apart. Hier zijn er meer ijsberen dan mensen en is de natuur onvergetelijk rauw. In de hoofdstad Longyearbyen vind je nog sporen van de mijnbouwgeschiedenis, maar daarbuiten regeert de gletsjer en de toendra. Het is een plek waar je de nietigheid van de mens ervaart tegenover de kracht van het ijs.
Bereikbaarheid: er vertrekken dagelijks vluchten vanuit Oslo of Tromsø naar Longyearbyen.
Zo reis je weg van de massa: verlaat Longyearbyen met een gids (verplicht vanwege de ijsberen) voor een meerdaagse expeditie per hondenslede of sneeuwscooter in de winter, of per boot in de zomer naar de verlaten Russische mijnbouwstad Pyramiden. Staand tussen de afbrokkelende Sovjet-gebouwen met een gletsjer op de achtergrond, voel je de geschiedenis bevriezen.
De ultieme grens: Jan Mayen en Bereneiland

Voor wie Spitsbergen nog niet afgelegen genoeg is, zijn er nog twee ‘vergeten’ buitenposten van het Noorse koninkrijk. Dit zijn geen bestemmingen die je even boekt voor een lang weekend. Het zijn expedities naar plekken waar de mens slechts te gast is.
Jan Mayen: deze solitaire vulkanische rots ligt midden in de Noordelijke IJszee, precies tussen IJsland en Spitsbergen. Het eiland wordt gedomineerd door de Beerenberg, de noordelijkste actieve vulkaan ter wereld. Er zijn geen havens en geen commerciële vluchten. De enige manier om hier voet aan wal te zetten is via een gespecialiseerde expeditiecruise. Landen op Jan Mayen is als landen op een andere planeet. Je vindt er enkel een handvol Noorse militairen en meteorologen die het weerstation Olonkinbyen bemensen.
Bereneiland (Bjørnøya): halverwege de oversteek van het Noorse vasteland naar Spitsbergen doemt deze grimmige vogelrots op uit de mist. Hoewel de naam anders doet vermoeden, zie je er zelden ijsberen, maar het is wel een van de belangrijkste vogelreservaten ter wereld. De kliffen aan de zuidkant zijn duizelingwekkend. Landingen zijn uiterst zeldzaam vanwege de zware deining; vaak blijft het bij een spectaculaire tocht met een Zodiac langs de duizenden nestelende zeekoeten.
Hoe kom je er? Enkele expeditierederijen (zoals Oceanwide Expeditions) maken in het late voorjaar de oversteek van IJsland naar Spitsbergen met een stop op Jan Mayen, of varen van Tromsø naar Longyearbyen via Bereneiland. Het is een tocht voor de reiziger die een kick krijgt van totale isolatie en die niet terugschrikt voor een flinke dosis zeeziekte.
Praktische tips voor je Noorse eilandavontuur
- Veerboten en de Autopass: de meeste veerboten in Noorwegen werken met het AutoPass-systeem. Je kenteken wordt gescand en de rekening volgt automatisch. Voor kortere overtochten is reserveren zelden nodig, maar voor de populaire boot Bodø-Moskenes is dit in de zomer essentieel.
- De Allemannsretten: net als in Schotland kent Noorwegen het ‘allemansrecht’. Je mag wildkamperen, zover het niet op privéterrein is en je de natuur niet schaadt. Dit is de ultieme manier om de eilanden te ervaren.
- Beste reistijd: voor de middernachtzon reis je tussen juni en augustus. Wil je het noorderlicht zien op de Lofoten of Senja? Plan je reis dan tussen september en maart. Houd er rekening mee dat veel lokale musea en kleinere veerboten buiten het hoogseizoen (juni-augustus) een beperkte dienstregeling hebben.
- Prijzen: Noorwegen is duur, punt. Bespaar op maaltijden door zelf te koken in je rorbu of camper; de supermarkten (Rema 1000, Kiwi) zijn prima betaalbaar.
Dus, welk Noors eiland gaat bij jou als eerste op de bucketlist?
Altijd als eerste op de hoogte van het laatste reisnieuws en de beste insidertips? Meld je aan voor de gratis Columbus Travel-nieuwsbrief!
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Volg Columbus Travel ook op Facebook, Instagram, Linkedin, Spotify en/of YouTube.


