Weekje weg: 6 tips voor een korte (en voordelige) last-minute vakantie in Europa image
Manon van der Zwaal

Weekje weg: 6 tips voor een korte (en voordelige) last-minute vakantie in Europa

Last-minute vakantieplannen? Wij helpen je op weg met tips voor unieke reiservaringen in landen die momenteel een geel reisadvies hebben en waar je dus, met inachtneming van de regels, nog verantwoord op vakantie kunt gaan. Van eilandhoppen voor de kust van Zweden tot roadtrippen met een Volkswagen-busje door Portugal.

1. Ga eilandhoppen voor de westkust van Zweden

Zuidwest-Zweden is een heerlijk ontspannen vakantiebestemming, met als hoogtepunt de rotsachtige kust en de fotogenieke eilanden en eilandjes van de regio Bohuslän. Ga hier fietsen, zeilen en kanoën. Focus op de eilanden Tjörn en Orust met gezellige dorpjes als Skärhamn. Neem de fiets mee op de vele ferry’s tussen de eilandjes. Rijd dan door over de kustweg naar de plaatsjes Smögen en Fjälbacke en bezoek de Kostereilanden, de zonnigste plek van Zweden en heerlijk om bij te komen dankzij de vele zandstranden. De schiereilanden van Zuidwest-Zweden, een combinatie van kliffen, boerenland en (van oudsher) vissersdorpen, zijn overigens bijna net zo aantrekkelijk. Gebruik het typisch Scandinavische Allemansrätten, het recht van overpad over privéland, waardoor je vrijuit kan dwalen door bos en veld. Direct aan de kust ligt het ook grootschalige beukenbos van Nationaal Park Söderåsen.

De eilanden en kust van de Zweedse regio Bohuslän is een plek om je even weg van de wereld te voelen. Foto: Martin Wahlborg


2. Hike of bike de Rota Vicentina in de Portugese regio Alentejo

Volg een klein deel van de Trilho dos Pescadores, de Vissersroute. Deze trail loopt van Porto Covo in het noorden ruim honderd kilometer door tot de Cabo San Vicente in Sagres, de uiterste zuidwesthoek van Europa, en valt grotendeels binnen de grenzen van het natuurpark Vicentina. Je gebruikt de paadjes die vissers hier al eeuwen maken om naar de zee te komen. Je bent de hele ochtend zoet met de rondwandeling die begint en eindigt in het dorpje Zambujeira do Mar. Je komt maar een handvol andere wandelaars tegen, waarvan de meesten de hele route lopen en onderweg in hostels en op campings overnachten. Loop langs velden waar de damp van de warme aarde omhoog cirkelt, trek van baai naar baai langs kliffen, en zie het licht boven zee om de havenklap veranderen. En uiteraard ontmoet je hier de vissers. Vissen is hier als fietsen voor Nederlanders, iets wat je gewoon doet. Iedere man en jongen die langs de kust woont is ofwel zelf visser, heeft een familielid die visser is, of vist in zijn vrije tijd. Als vroege vogel zie je de mannen, en soms vrouwen, vaak halsbrekende toeren uithalen om vanaf de juiste spot hun vis of schaaldieren te vangen. Ze springen of klauteren van rots naar rots. Jaarlijks verongelukken er enkele vissers die van een steile rotswand naar beneden zijn gegleden. De vangst is voor eigen gebruik, al wordt er onderhands nog weleens wat aan lokale restaurants verkocht. Nog niet uitgewandeld in Vicentina? Verlaat dan de kust en volg dan de 230 kilometer lange historische route in het binnenland. 

Alentejo is de grootste maar dunstbevolkte provincie van Portugal. Foto: Manon van der Zwaal


3. Leer Italiaans terwijl je in een zeilboot naar de Eolische Eilanden vaart

Elke reis maakt je rijker, en dat geldt al helemaal voor een taalreis. Want de taalkennis die je opdoet kan uiteraard later weer van pas komen. Laboling, een Italiaanse school in het Siciliaanse Milazzo, organiseert regelmatig een zevendaagse zeiltocht naar de Eolische Eilanden. Onderweg word je voortdurend getriggerd om je pas opgedane taalkennis in de praktijk te brengen; je kletst met de schipper, treedt in contact met eilandbewoners en verkent de natuur op de eilanden met een Italiaanse gids. Wie had gedacht dat leren zo leuk kon zijn? 

De Eolische Eilanden behoren tot de beste snorkel- en duikplekken in Europa. Foto: Luigi Nifosi


4. Cross met een legerjeep door de jungle van Sithonia in Griekenland

Chalkidiki, in het noorden van Griekenland, is een schiereiland op zichzelf. Daaraan verbonden zijn de drie ‘vingers’ Athos, Sithonia en Kassandra. Fascinerend is het leven in Athos, genoemd naar de heilige, ruim 2000 meter hoge berg die het landschap domineert. Op de schiereilanden Sithonia en Kassandra kun je prachtig wandelen en vind je fraaie stranden. Om toeristen te vermijden is het wel noodzakelijk precies te weten waar je moet zijn. Buiten het seizoen zijn de dorpen juist volledig uitgestorven. Local Nikitas Stratos neemt je in zijn legergroene open jeep mee door ‘de jungle’ van Sithonia. Smalle zandweggetjes, hoge naaldbomen, heuvels, goudglimmende rotsen en megastenen in de vorm van een potvis. Nikitas scheurt er langs, eronder, erover, erdoor. Water spuit hoog op als zijn jeep door de plassen, soms kleine meertjes, jaagt. Ondertussen vertelt hij verhalen over de oude Grieken en de goden. Absolute aanrader!

Nikitas Stratos bij zijn groene legerjeep. Foto: Michael Dehaspe


5. Maak een roadtrip met een iconisch Volkswagenbusje door Portugal  

De iconische Volkswagen T1-bus staat symbool voor vrijheid, onbezorgdheid en harmonie, en garant voor (kampvuur)verhalen. Al sinds de jaren vijftig biedt het camperbusje onderdak aan allerlei type reizigers – van festivalgangers tot surfers en van muzikanten tot avontuurlijk ingestelde gezinnen. Eén ding hadden zij gemeen: ze verlangden naar het vrije leven en schreven hun eigen onvergetelijke verhaal. Meepraten? Huur dan een van de kleurrijke T1’s van Siesta Campers. Het bedrijfje heeft ophaallocaties in het zuiden (Faro), midden (Lissabon, helaas nu een regio met een oranje reisadvies) en noorden (Porto) van Portugal, wat goed uitkomt, want als één land het camperleven in je inroept, is het Portugal wel. Pruttel langs de kust of verken Alentejo. Bijna alle vintage T1’s bieden plaats aan vier, vanaf € 77 per dag.

Wist je dat de Volkswagen T1-bus ontworpen is door Nederlandse tekenaar Ben Pon? Foto: Tom Kahler


6. Ontdek de ruige natuur van Sardinië

Sardinië = zon, zee en strand. Althans, voor de meeste bezoekers, en zeker voor de internationale jetset die al geruime tijd neerstrijkt aan de Costa Smeralda in het noordoosten van het eiland. Buiten deze spectaculaire maar jammerlijk volgebouwde strook en enkele havenplaatsen, is de kust van Sardinië nog opvallend ruig en/of rustig. Bijzonder fijn is de regio rondom het dorpje Capo Mannu, aan de westkust. Hoge golven slaan hier in de baai stuk tegen de rotsen – surfers zijn hier dan ook aan het goede adres. Maar mis evenmin het nabijgelegen zoutmeer, waar flamingo’s in groten getale en tot ver in het voorjaar naar algen grazen. Er woont hier anderhalve man en een paardenkop, en het is pure magie. Het relatief vlakke land van de westkust verandert, op nog geen halve dag rijden naar het oosten, in bergachtig gebied. Dit binnenland – de regio Barbágia in de provincie Nuoro om precies te zijn – is de grote landschappelijke verrassing van Sardinië. De tot voor kort ondoordringbare bergen van de Supramonte en de afgelegen dorpjes van de regio zijn schitterend. In het Supramontegebergte vind je grotten, oases, woud en diepe canyons. Zo kun je de Bue Marino-grotten aan de kust bezoeken per boot. Avontuurlijker zijn de trekkings naar onder andere Tiscali. Tiscali (inderdaad, die van de telefonie, de oprichter is namelijk Sardijn) is een holle berg waar overblijfselen van prehistorische beschavingen liggen. Ook trek- en mountainbiketochten door de diepe canyons van Gorropu of Tiscali zijn aanraders (trek hier een dag voor uit).

De ongerepte natuur van Sardinië, met bergen, baaien en wilde paarden, is schitterend. Foto: Louise ten Have