een dolle dag in Havana - Havana, Cuba
Dag 3 – 5 april 2003
Havana…. Jeetje, ik ben er dus echt nu.
Nadat ik gisteravond naar mijn hotel ben gegaan, even heb gedoucht en mijn spullen vast klaargelegd had voor de volgende dag, heb ik nog een tijdje uit mijn raam met balkonnetje gehangen en over de Paseo del Prado uitgekeken, de met bomen omzoomde boulevard die Habana Vieja en Habana Central scheidt. Flanerende stelletjes, oude mannetjes en dametjes op de bankjes, maar zo laat op de avond toch voornamelijk veel jongeren.
De wekker ging natuurlijk weer veel te vroeg, maar hup, eruit, ik moet alles zien vandaag, want we hebben immers een dag minder door die lijers van Air France. Het ontbijt kwam zeer traag op gang, de serveersters hadden alle tijd van de wereld. Ach ja, mañana mañana, het hoort hier ook gewoon zo te zijn. Ik denk wel eens aan die Malibu reclame, die zich op Jamaica afspeelt waar de buspassagiers de buschauffeur helemaal afkammen omdat hij 40 seconden te laat is. Hoe bespottelijk het is daar, en hoe vanzelfsprekend hier. Eigenlijk is dit dus wel een goeie cultuur voor mij, ik kom ook altijd en overal te laat.
Om 9 uur had Floor voorgesteld te verzamelen, voor diegenen die geinteresseerd waren in de wandeling door Habana Vieja. Ik had natuurlijk mijn voorproefje al gehad gisteravond, op zoek naar La Bodeguita del Medio, en later met mijn wandeling samen met Aristides, maar ik besloot wel mee te gaan. Met mijn Lonely Planet in de aanslag liep ons groepje als een kleine kudde achter Floor aan, die hier en daar wat te vertellen had over het een en ander.
Hotel Inglaterra, het Gran Theatro de la Habana waar de beroemde cubaanse ballerina Alicia Alonzo optrad, het Capitolio, een groentenmarkt, blaffende hondjes op balkons met veel wasgoed, bloemenstalletjes, tjee, ik kan hier echt uren rondlopen.
Al gauw raakte ik de groep kwijt. Ik denk dat ik in Nederland mijn roeping als ‘hangjongere’ gemist heb, want bij alles wat ik zie hier, blijf ik even ‘hangen’. Of het nou een patio is met big mama’s die de was ophangen, een van de duizenden geweldige oude amerikaanse bakken, al dan niet met de trotse eigenaar in de buurt, sigaren rokende oude mannetjes EN vrouwtjes, ze willen allemaal wel even een praatje maken, zijn nieuwsgierig naar waar je vandaan komt en als de situatie het toelaat, vragen ze of je zeep of een pen bij je hebt.
Via Plaza Vieja, een plein met schitterende patio’s waaronder vroeger de auto’s van dictator Batista stonden geparkeerd, liep ik langs een soort van klooster, en een santeria-vrouw die geheel in het wit gekleed was met een boel gekleurde kralen en een dito uitgedost hondje.
Daarna langs het automuseum, eigenlijk een overdekte hal tussen de huizen in de oude wijk in, waar de Cadillac van Ché Guevara staat. (of was het nou een Chevrolet? Ik en auto’s…) Ik kon ‘m al zien staan vanaf de straat, dus de noodzaak naar binnen te lopen was al snel weg. Met het autotron deed men me ook al nooit een plezier.
Op de Plaza de Armas, waar altijd een levendige 2e hands boekenmarkt is, was het lekker bedrijvig. Cubaanse muzikanten die gewoon achter je aan gaan lopen terwijl ze aan het trompetteren zijn, in de hoop dat je ze een dollar geef. Hilarisch, om dat te bekijken van een afstandje, toeristen worden nogal ongemakkelijk van zo’n blazende cubaan in hun oor. Dus die dollar geven ze wel, met een glimlach van: "Ja, erg mooi, bedankt, loop maar een andere kant op nu."
In het Castillo de la Real Fuerza, een 16e eeuws fort vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de baai, werd ik echt belaagd door de museumsuppoosten die me vroegen om snoepjes en zeep. Gauw weg hier, dacht ik, ik was hier voor het uitzicht en de kanonnen, niet voor het museum waar allerlei pottenbakkerswaar was uitgestald. Bovenop het dak van het fort vroeg ik aan een duitse vrouw of ze een foto van me wilde maken. Ze zei dat haar man beter was in foto’s maken en ging ‘m halen. Na 5 minuten kwam ze me in paniek vertellen dat ze haar man kwijt was, waarop ik (achteraf gezien waarschijnlijk vrij ontactisch) vroeg of zij dan toch zelf die foto van mij wilde maken. Ze deed het wel in ieder geval. Na nog een rondje over de Plaza, waarbij ik me verbaasde over de boeken die werden aangeboden (biografieën van Stalin, Lenin, dat soort dingen) liep ik verder langs de boulevard aan zee, waar wat parken lagen, een springkussen was voor cubaanse kinderen – typisch, het stond echt op een bord dat het alleen voor cubanen bedoeld was.
Ik kwam uit bij een toeristenmarkt, vlakbij de Plaza de la Cathedral, met veel kleurige schilderijen, kleipoppetjes, houtsnijwerk, auto’s van papier machée, haakwerkjes en meer van dat soort dingen. Ik heb mezelf opgedragen voorlopig niets te kopen, ik ben pas net hier en anders kan ik alles mee gaan slepen de rest van de reis.
Ik liep verder langs de zee, en kwam uit bij het standbeeld van Maximo Gomez op zijn paard, aan het begin van het plein voor het Museo del Revolucion. Dit voormalig presidentiele paleis staat bol van de maquettes, wapens, legerkleding en andere memorabele voorwerpen die met de revolutie te maken hebben, onder andere de cape die Fidel Castro droeg tijdens zijn proces voor de rechtbank in 1953. Het leuke is, dat er bij veel materiaal een kaartje ligt met: "Legertas, lijkend op die van Ché" Of: "Geweer, identiek aan het model wat Fidel bij zich had"… Oftewel, het is wel oud spul, maarja, waar kijk je nou eigenlijk naar? Naar fake voorwerpen! Het is net of je op de markt in Bangkok loopt wat dat betreft. Hier dan geen CK fakes maar gun-fakes. Typisch.
Achter dit museum staat het heiligste communistische object voor Cuba en de revolutie van Castro en Ché, de boot van Fidel, de Granma. De boot is in een glazen kas-achtig gebouwtje geplaatst, met op iedere hoek minstens 3 soldaatjes – alsof je de boot zou willen meenemen, zo even stiekem, als niemand kijkt… ook weer typisch.
Na al dit gewandel was ik het een beetje beu, en besloot ik verder te gaan met een koetsje. Mijn koetsier, Pablo meen ik, had een mooie cowboyhoed op zijn hoofd tegen de zon, en wilde mij wel rondrijden in Habana Vieja. Tja, dat had ik inmiddels wel gezien, ik wil graag naar de Plaza de la Revolucion, in de wijk Vedado. Hij fronste een beetje onder het mom van: wat moet je daar nou, da’s een heel eind weg, maar hij bracht me er wel heen. Heerlijk relaxed, vanuit het rijtuigje zag ik El Barrio Chino aan me voorbij trekken, de chinese wijk. Chinezen wonen niet meer in Havana – toen Fidel alle bedrijven nationaliseerde zagen de chinezen het niet goed komen met hun handel en trokken massaal weg, veel naar de V.S. Het leuke is, dat de wijk nog wel bestaat, en de restaurants nu door cubanen gerund worden. Vraag je aan een cubaan hoe zijn restaurant heet (de chinese karakters staan nog op de ramen geverfd) dan halen ze hun schouders op, "geen idee".
Op de Plaza de la Revolucion aangekomen, zei Pablo dat hij over 5 minuten weer weg wilde. Ik keek hem vragend aan, toen vertelde hij dat je niet te lang op dit plein mag ‘rondhangen’ omdat alle regeringsgebouwen hier omheen staan gebouwd. Een paardenkoets met een gecowboyhoedde koetsier en een blonde toerist met fototoestel en Lonely Planet is kennelijk bijzonder zorgwekkend en wordt scherp in de gaten gehouden.
Het plein is groot en leeg. Aan de ene kant de afbeelding van Ché in staal gegoten tegen de wand van het ministerio del interior, aan de andere kant een standbeeld van José Marti met daarachter nog een tamelijk lelijke herdenkingszuil. Aangezien ik geen van beide mocht benaderen had ik het al snel gezien. Vreemd idee dat hier, over 3 weken, meer dan 1 miljoen cubanen zullen luisteren naar de uren durende speech van Fidel op 1 mei.
Ik ging terug met mijn koetsje en kwam onderweg 2 reisgenoten tegen te voet. Ze wilden wel meeliften met mij en we reden weer richting Habana Vieja. Pablo, die oorspronkelijk uit Santiago kwam, had vrienden wonen in de buurt van de Callejon de Hammel, een beschilderd straatje waar openlucht Santeria diensten worden gehouden. Hij wilde het ons graag laten zien, we kwamen er toch langs op de terugweg. Het was inderdaad een groot kleurig geheel van beschilderde huizen, santeria altaartjes binnen in de huizen en vooral weer veel kinderen die een pen wilden hebben.
Via de Malécon, de beroemde boulevard langs de zee, reden we terug naar de Paseo, waar mijn hotel was. Nadat ik even wat gegeten had bij een traag restaurantje verderop (het was inmiddels 15.00 uur geweest, dus ik was wel toe aan een wat late lunch) liep ik Habana Vieja weer in, omdat ik graag nog Hotel Ambos Mundos wilde zien, waar Hemingway een tijd gewoond heeft. Via de winkelstraat Calle Obispo liep ik naar het hotel toe. Nou, de kamer in Ambos Mundos was al dicht, het was 17.00 uur geweest en ik had dus zeg maar vette pech. Achteraf hoorde ik dat ik er weinig aan gemist had, iemand die het wel had gezien vertelde me dat er een lege fles rum stond, een typmachine en een bed – en het was daar allemaal later neergezet. Geen van deze artikelen was dus authentiek.
Ik liep naar de Plaza de la Cathedral, door een straat met een gigantische schildering op de muren, die een 19e eeuws tafereel voorstelde van belangrijke intellectuelen van Havana. De namen zeiden me echt helemaal niets, maarja, zo intellectueel ben ik dan ook niet.
Aangekomen bij de Cathedral, die ik nu bij daglicht zag, zette een francaise mij even op de foto, met de priester op de achtergrond.
Toen maar weer gauw naar het hotel, om 18.00 uur hadden we met een groepje afgesproken te gaan eten bij restaurant ‘Hanoi’. Je zou denken dat het een vietnamees zou zijn, maar nee hoor, gewoon rijst met zwarte bonen (Moros y Christianos, zoals de cubanen het noemen).
Nadat we hadden gegeten, en ik een prachtig hagedisje ontwaarde op mijn schouder die mij een tijdje vergezelde en ook muggenvrij hield (geweldig, die beestjes) besloten we naar het fort te gaan aan de overkant van de baai van Havana.
In het fort, San Carlos de la Cabaña, is ’s avonds om 21.00 uur de Cañonazo ceremonie te zien. In 18e eeuwse uniformen gekleedde militairen vuren een kanonschot af, volgens Floor een aanrader om te zien.
We wilden met z’n vijven in een taxi om aan de overkant van de baai te komen, maar dat mocht niet van de Lada-chauffeur. Als hij betrapt wordt met teveel mensen in zijn taxi, kost het hem een flinke boete en dat willen de meesten niet riskeren. Een jongen die ons hoorde onderhandelen met de taxichauffeur, boodt ons aan dat we wel in zijn oude amerikaanse bak mee mochten rijden. Dat wilden we natuurlijk wel. Met gevaar voor eigen leven, zo bleek later. De auto had nog maar 1 versnelling, dus de motor klonk alsof hij het ieder moment kon begeven. Daarnaast was er zoveel speling op het stuur, dat de jongen van rechts naar links en weer terug moest draaien aan zijn stuur – om de auto gewoon rechtdoor te laten rijden. Een reisgenoot heeft dit avontuurlijke ritje op video vastgelegd, het was met recht iets heel bijzonders.
Nadat we ons via een illegale omlooproute tegen gereduceerd tarief toegang hadden verschaft tot de ceremonie (jaja, echt Hollanders – een van ons vroeg gekscherend of we groepskorting konden krijgen op de toegangsprijs van 5 dollar; en ja hoor, dat kon wel, even omlopen met een jongetje die daar 2 dollar p.p. voor ving) kwamen we op de buitenplaats van het fort, bij de kanonnen. Er stonden veel mensen in het donker te kijken naar de gekostumeerde soldaten, er klonk getrommel, BOEM, de soldaten liepen weer weg… en dat was het. De rit naar het fort toe was een stuk avontuurlijker dan het kanonschot zelf, dat natuurlijk binnen een mum van tijd over is. Hm. Enerverend. Wat ik wel moet zeggen, is dat ik zelden zo’n mooi uitzicht heb gezien over een stad, de warmte, de lichtjes, de enigszins vervallen gebouwen… ik heb er mooie foto’s van gemaakt.
Met een taxibusje (wel zo veilig) reden we terug naar de Paseo del Prado, waar we naar El Floridita gelopen zijn, een ander café van Ernest Hemingway. Die man zoop wat af zeg. Hier in de hoek staat zijn kruk achter een koord, als eerbetoon aan hem. Dit is de echte kruk, dus niet ‘een kruk die lijkt op de kruk waar Hemingway op heeft gezeten’. Nadat we een bizarre prijs voor cubaanse begrippen betaalden voor een Daiquiri (6 dollar) en geamuseerd werden door een bandje met een charmante zangeres die al onze verzoekjes inwilligde, zijn we teruggegaan naar het hotel. Hier trof ik reisgenoten Henny en Crist tussen de alcohol aan.
Na een uurtje internetten ben ik gaan slapen… ondanks dat ik een dag minder de tijd heb in Havana heb ik toch wel het idee dat ik alles heb gezien wat mogelijk was op een dag.





RSS

