Rakhine

Het Columbusgevoel in Rakhine

neretslok was hier op 2011-01-02 Gepost op: 2016-04-21 6 reacties.
We beklimmen het glibberige en steile pad vanaf de rivier naar het dorp. Het nieuws heeft zich al verspreid. “Er komen twee vreemdelingen aan!” Tientallen kinderen komen ons tegemoet rennen. Even later komen we op het dorpspleintje, een grote open ruimte tussen bamboehuizen op palen. Het voltallige dorpje is uitgelopen.

We voelen ons een beetje zoals Columbus zich gevoeld moet hebben, toen hij in 1492 voet aan land zette op één van de eilanden van de Bahama’s en de door hemzelf zo genoemde Indianen voor het eerst ontmoette. Ongetwijfeld zijn hier vaker reizigers geweest. Maar blijkbaar is ons bezoek toch een belangrijke gebeurtenis. De sleur van het bestaan, dat geruisloos maar onontkoombaar verder stroomt, iedere dag weer naar de volgende dag, wordt heel even ingeruild voor welkome afwisseling en opwinding. Tegenover ons staat een oude spinnenwebvrouw, die ons officieel maar vriendelijk welkom heet.

De spinnenwebvrouwen. De Chin, een van oorsprong Tibetaans-Birmese stam, wonen op afgelegen plaatsen in het uiterste westen van Birma. Hun woongebied ligt voor het grootste deel in India en Bangla Desh; het oostelijk deel kwam in 1947 onder Birma te vallen. Omdat ze zo geïsoleerd leven, is er hier honderden jaren lang nauwelijks iets veranderd. De gezichtstatoeages van deze tattooed ladies, in de vorm van spinnenwebben, spreken tot de verbeelding. Niemand weet precies waarom deze tatoeages aangebracht werden. Het is traditie, een onderdeel van een overgangsritueel van puberteit naar volwassenheid. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is het afgeschaft. Je zult dus alleen oudere dames zien met een ‘web on their face’.

Het kost wat moeite om hier te komen. We zijn deze ochtend vroeg vertrokken uit Mrauk U, een plaats die op zichzelf ook al afgelegen ligt. Met de mistflarden boven de Lemrorivier lijkt het hier niet alleen het einde van de wereld, het is het ook zo ongeveer. Het einde van de wereld, het begin van het paradijs.

Het is een genot om door dit idyllische landschap te varen. Slaperige dorpjes, waar kinderen behendig over de steile gladde rivieroevers naar beneden rennen om naar ons te zwaaien, waar vrouwen de was doen, bamboevlotten over de rivier glijden, en waar verder niet al te veel lijkt te gebeuren. Life in slow motion. Het is hier groen, schilderachtig en puur. Aan de horizon doemen de contouren van de ruige bergen van de Chinstaat op, ons reisdoel.

Een grote menigte dorpelingen staat om ons heen. Een compleet nieuwe ervaring: we zijn even wereldberoemd in de Chin State. De rol van bezienswaardigheid went snel. We hebben cadeautjes bij ons en delen die uit. We voelen ons missionarissen, maar missen elke bekeringsdrang.

In het volgende dorp begroeten de oudere dames ons weer en nodigen ons uit. Zo zitten we een uurtje op een bankje. Varkens scharrelen onder de houten huizen, kinderen ravotten. We krijgen kokosmelk en een paar banaantjes aangeboden. We verstaan geen woord van elkaar, maar de sfeer is bijzonder goed. Echt contact maken is moeilijk, maar er wordt veel gelachen en niemand weet eigenlijk waarom. De dames lijken het in ieder geval allemaal erg gezellig en vermakelijk te vinden.

Eén van hen haalt een plastic zakje, met daarin een tandenborstel en een kleine tube tandpasta, te voorschijn. Ze moeten dit ooit van andere bezoekers hebben gekregen. Er ontspint zich een levendig gesprek tussen de dames over wat dit zou moeten zijn. De discussie loopt hoog op en de meningen zijn nogal verdeeld. Dan, tot slot, onderwerpt de oudste dame het zakje nog eens aan een nauwkeurige inspectie. Ze wijst gedecideerd naar haar mond en tanden, die rood en rot zijn van de betelnoten. Wij roepen “ja!” en de dame kijkt trots om zich heen.

Ik bedenk me hoe pijnlijk het aanbrengen van de tatoeages geweest moet zijn. Niets van het gezicht werd overslagen, ook de oogleden niet. Niet zelden waren forse ontstekingen, littekens en mismaaktheid het gevolg.

De Chin worden van alle bevolkingsgroepen het ergst onderdrukt door het dictatoriale regime. Mensenrechten worden hier met voeten getreden. Wat is het, dat we hier niet naar durven vragen, denk ik. Gêne, gevoelig onderwerp, misschien gebeurt het wel, maar hier niet? Het is de worsteling die reizigers in Birma vaker zullen hebben. We weten het, maar we willen het liever wegstoppen. Er is niet alleen een taalbarrière, die maakt dat het lastig is om over zo’n moeilijk onderwerp te praten, maar vooral ook een cultuurbarrière. Aziaten praten niet zo gemakkelijk over gevoelige en persoonlijke zaken dan wij westerlingen. En er is een politiek aspect: deze mensen zouden zelfs in gevaar kunnen worden gebracht als we dit soort zaken ook maar voorzichtig zouden aanroeren.

Ik kijk om me heen. Het leven is hier simpel en het ziet er hier vredig uit. Maar wat gebeurt er buiten ons zicht? Het regime gedoogt de komst van buitenlanders hier weliswaar, maar moedigt een bezoek niet bepaald aan. Het centrale gezag wil dit moeilijk bereikbare gebied ook graag lastig bereikbaar houden. Je mag komen, maar het moet je ook weer niet te gemakkelijk worden gemaakt.

Eén van de dames vaart een stuk met ons mee, om in het volgende dorp op de markt haar spulletjes te verkopen. Ze is zichtbaar blij met de lift en geniet van het korte boottochtje. Ik zie ineens geen toeristische attractie meer, maar een doodgewone bejaarde vrouw die hard aan het werk moet voor haar verdiensten. Ze glimlacht naar ons. Heel even. Als het bootje even later aanlegt, springt ze soepel uit de boot de oever op. De laatste tattooed lady verdwijnt uit ons gezicht. Binnenkort zijn de spinnenwebvrouwen er niet meer. Erg is dat niet. Ook tradities verdwijnen, het is een wetmatigheid waar geen ontkomen aan is.

Nothing lasts forever but the earth and sky.

De anderhalf miljoen Chin zullen er nog wel even zijn. En daarmee ook hun traditionele geïsoleerde bestaan. De moderne tijd heeft hen nog niet kunnen achterhalen. De oranje zon staat al laag en er steekt een lauwwarme bries op. Door het vredige en verstilde landschap varen we terug naar 2011.


0
6

Foto's bij dit blog

Spinnenwebvrouw
Another tattooed lady
Het 'dorp'
Chindorp
Veel publiek
Het dorp
Alle blogs van neretslok
 

6 reactie(s) bij "Het Columbusgevoel in Rakhine"

  • profile image comment

    Prachtig geschreven! Je was er in 2011 las ik. Ben benieuwd of er veel veranderd is in 5 jaar.

    Door marcvankessel • geplaatst op 2016-07-19 15:19:18
  • profile image comment

    wat schitterend en beschouwend beschreven. erg mooi met zinnen als Het einde van de wereld, het begin van het paradijs en worden als 'ontspint' wanneer het gat over een discussie tussen de spinnenwebvrouwen. prachtig!

    Door awesomemore • geplaatst op 2016-04-29 07:53:07
  • profile image comment

    wat een mooie blog, je hebt het heel mooi verwoord. In één klap weet ik veel meer over deze bijzondere vrouwen en de Chin.

    Door agrotewal • geplaatst op 2016-04-25 19:39:05
  • profile image comment

    Prachtige blog ,René, met een diepere ernstige toon waardoor het verhaal heel veel indruk op mij maakt.

    Door ChristaThieme • geplaatst op 2016-04-22 20:59:19
  • profile image comment

    Weer een mooi en vlot leesbaar blog, René!

    Door Bowral • geplaatst op 2016-04-22 16:03:52
  • profile image comment

    Wat een bijzondere, unieke en mooie ontmoeting! Prachtig en levendig beschreven blog. Hopelijk wordt het in de toekomst iets beter voor deze mensen.... En de spinnenweb vrouwen, het ziet er bijzonder uit, maar dat deze pijnlijke traditie geen doorgang vind, kan ik niet heel jammer vinden!

    Door WKerkhof • geplaatst op 2016-04-22 11:09:07

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.