Keetmanshoop

Reisgids

Beste reistijd

Foto's

Praktisch

Keetmanshoop image

Keetmanshoop

Keetmanshoop
Namibië
Jdevaan

Een relaxed dagje in Keetmanshoop

Namibisch vierde grote stad (22.000) inwoners leek aardig uitgestorven toen we rond 18.15 aankwamen. Weliswaar tel ik in het centrum staand, op korte afstand al vier kerken en staan op mijn plattegrondje op diezelfde korte afstand vier supermarkten en 8 benzinestations, maar bij elkaar opgeteld is dat meer dan het aantal mensen dat ik verveeld in het centrum rond zie hangen.
De volgende ochtend ziet het straatbeeld er wat levendiger uit, maar doet het me nog niet denken aan een stad in Nederland van die grootte.

Keetmanshoop ligt op een immens plateau van 1000 meter hoogte en dat zorgt voor een aangename temperatuur. Onder een strakblauwe lucht is het nog net iets te fris voor een ontbijt buiten, maar de koffie met appeltaart smaakt er om een uur of elf heerlijk op ons terras bij de gezellig klaterende fontein.
Als je het trage tempo ziet waarin mensen hier werken (balie-, huishoudelijk- en keukenpersoneel), en het al even trage looptempo van de mensen op straat, kun je je niet voorstellen dat men hier bekend is met het fenomeen stress.
Ook de computers in het internetcafé lijken niet vooruit te branden. Het enige wat wel flink brandt is de zon.

Rond een uur of twee gaan we op weg naar ‘The Devils Playground’. Deze immense vlakte vol met steenmassa’s in de meest rare vormen ligt op het farmland van Ingrid en Coenie Nolte. Zij leven hier van de schapenteelt en hebben ook nog een kleine cattle (koeien). Dat een van Afrika’s zeldzame kokerbomenwouden op hun grondgebied ligt, legt hun geen windeieren. Dagelijks melden zich hier toeristen die tegen betaling deze twee attracties wel willen bezoeken.
Coenie vindt eigenlijk dat we te vroeg zijn. En hij heeft ook wel gelijk, gezien het felle fletse licht dat op dit stuk woestijn schijnt. Bovendien vindt hij een half uurtje wel genoeg om de ‘the Garden of the Gods’ te bezoeken. Hij raadt dan ook aan om terug te gaan naar de stad en rond 17.00 uur terug te komen voor de cheetah feeding en het bezoek aan het kokerbomenwoud.
Wij weten echter twee uur door te brengen in het bizar geërodeerde landschap, genietend van een droge 26 graden, kijkend naar wevervogels die enorme nesten in bomen bouwen, reuze sprinkhanen (met een lijf van 10 cm lang en enorme poten die enorme sprongen maken) en het proberen te fotograferen van de ontelbare hagedissen.
Je moet er oog voor hebben, anders zie je ze niet eens, zo ontzettend goed zijn de beestjes gecamoufleerd. Zelfs op nog geen meter afstand zie je ze nauwelijks. Hun lijven hebben dezelfde kleur als de stenen waarop ze zitten. Alleen de onderkant is lichter gekleurd.

Als we rond 16.45 uur terug zijn op de farm worden we begroet door het ongeduldig jammerende cheeta’s. De geur van het verse vlees in de emmer aan de deur is teveel van het goede. Ze lijken zelfs wat agressief. Coenie opent de deur en werpt ze twee stukken vlees toe.
Vervolgens nodigt hij de horde verzamelde mensen uit in de kooi te komen. De meesten kijken hem wat argwanend aan, maar als enkele durfals (mij inclusief) de kooi in stappen, volgen de meesten aarzelend. Enkelen durven het echt niet aan en blijven vanachter het gaas toekijken.
We krijgen heel wat uitleg over de leefwijze en eigenschappen van de cheeta’s. Deze twee zijn wezen, broer en zus, die 18 jaar geleden door Coenie opgevangen werden.
We krijgen, terwijl ze eten, de gelegenheid om de dieren te aaien. Dat moet je echter wel vanaf de kop doen, dan gaan ze ondertussen gewoon verder met eten. Als je ze achter op de rug zou aaien, dan zouden ze wel eens heel agressief kunnen worden.
Cheeta’s worden met uitsterven bedreigd. Er zijn er nog maar zo’n kleine 45.000 in Afrika.
Nog steeds worden veel dieren afgeschoten door amateurjagers als trofee, maar ook vooral door boeren. Aangezien een cheeta in één nacht wel tot 135 dieren kan doden, zien zij hun veestapel nog teveel bedreigd.
Coenie heeft nog twee andere cheeta’s in een andere kooi zitten. Een zesjarig exemplaar en eentje van nog geen drie jaar. Hij legt nog veel meer uit over de verschillen tussen vrouw en man en over hun jachtgewoonten en aanpassing aan hun leefomgeving.
Ondertussen mis ik een stuk van zijn verhaal omdat ik helemaal in beslag genomen wordt door het fotograferen. Dit is mijn favoriete Afrikaanse dier. Ik vind ze ontzettend gracieus en zo ontzettend mooi van tekening. Een van deze twee cheeta’s heeft kennelijk geen honger en laat zijn malse biefstuk liggen. Hij houdt ons echter wel nauwlettend in de gaten.
Een groot deel van de groep is al weer uit de kooi verdwenen. Ik had niet in de gaten dat ik samen met mijn fotograferende buurman nog de enige in de kooi was.
De cheeta lijkt opeens veel alerter en houdt iets dat achter mij gebeurd nauwlettend in de gaten. Ineens springt hij op en ik besef dat ik niet snel moet bewegen, maar wel wat naar de zijkant zal moeten. Even een angstig moment, de cheeta rent langs mij heen naar het hek en loopt gespannen heen en weer voor de afrastering.
Ik sta achter hem, maar wil nu wat graag de kooi uit. Terwijl de cheeta naar links ijsbeert, loop ik snel naar de deur, de andere fotograaf blijft nog op afstand, maar als Coenie naar het hek komt, loopt ook hij mee.
Coenie kijkt me vanaf de andere kant veelbetekenend aan en zegt: “naar binnen gaan is gratis, maar naar buiten komen…”!!!
Hij laat ons enkele seconden zweten, maar opent dan toch het hek. Eenmaal buiten kijk ik om, de cheetah ijsbeert nog driftig voor het hek. Ik weet niet wat hem getriggerd heeft, maar ik ben blij dat ik buiten sta.

Na deze enerverende ervaring brengen we een bezoek aan het kokerbomenwoud.
De talloze dassies die speels rond rennen over de rotsen, laten mij de schrik snel vergeten. Ik schiet nog wat plaatjes in het warme licht van de ondergaande zon.
Een mooie afsluiting van een relaxte dag in de Namib dessert.