image
Vellah

Alles wat je ooit wilde weten van Floortje Dessing (in haar eigen woorden)

Nederlands geliefdste reisjournalist Floortje Dessing beantwoordt de vragen van Columbus-lezers en windt er geen doekjes om. ‘Ik ben 51 maar vraag me nog steeds af wat ik later worden wil.’ Lees én beluister het interview met Floortje, gasthoofdredacteur van Columbus Travel editie 108.

EXCLUSIEF! COLUMBUS TRAVEL PODCAST MET FLOORTJE DESSING 
Floortje, gasthoofdredacteur van Columbus Travel, beantwoordt vragen van Columbus-lezers over de toekomst van reizen na corona en deelt tips om duurzamer op vakantie te gaan.

Om deze content te zien moet u marketing en statistieken cookies accepteren. Klik hier om uw voorkeuren te wijzigen, na het wijzigen kunt u de pagina verversen

Columbus-lezer Annelieke Luisman vraagt:

Hoe ben je coronacrisis doorgekomen?

Verrassend goed. Ik moet daarbij wel vermelden dat ik de 25 jaar daarvóór als een idioot heb gewerkt. Ik had eigenlijk voortdurend jetlag en leefde uit mijn koffer. Dan werd ik ergens wakker en moest ik echt even een minuut nadenken waar ik was. Dat is natuurlijk een beetje vreemd, maar dit leven heb ik me eigen gemaakt. Ik weet niet anders dan dat ik altijd op het punt sta te vertrekken. Maar toen dat ineens niet kon, was dat eigenlijk heel prettig. Voor het eerst sinds lange tijd heb ik gewoon weer vier seizoenen achter elkaar beleefd en elke verjaardag gevierd, gewoon weer plantjes op het balkon kunnen kweken en elke week naar sportlessen kunnen gaan. Van dat soort simpele dingen. Uiteindelijk heb ik een jaar lang helemaal niet gereisd en dat heb ik in die zin gemist dat het geluksgevoel van iets nieuws ontdekken ontbrak. Maar toen ben ik gewoon in Nederland veel rond gaan toeren en heb ik veel gebieden ontdekt die ik niet kende. Het was een heel bijzondere ervaring.


Columbus-lezer Bas van den Heuvel vraagt:

Wat heb je van je reizen geleerd?

Van elke reis pik je iets op en dat is ook het mooie aan reizen. Ik weet elke keer dat ik nieuwe mensen zal ontmoeten en nieuwe inzichten zal opdoen. Of ik nu naar Duitsland of naar Pakistan ga, ik kom altijd weer een tikkie wijzer terug. Dat begon al bij een van mijn allereerste buitenlandse trips van mijn leven: een summercamp in Amerika. Het idee was om er zeilles te geven. Doodeng vond ik het. Ik kende er helemaal niemand en moest enorm uit mijn comfortzone komen. De eerste week zat ik alleen maar in een hoekje, toekijkend hoe anderen alles deden. Maar ik wist dat ik in het diepe moest springen, anders zou het een lange en moeilijke tijd worden. Om te beginnen moest ik leren zeilles te geven, want dat had ik nog nooit gedaan − ik had me daar zelf helemaal naar binnen gebluft! Toen heb ik snel een boek gekocht, dingen opgezocht en helemaal gedaan of ik wist wat ik aan het doen was! Uiteindelijk heb ik er een hele bijzondere tijd gehad, vrienden gemaakt en na afloop door Amerika gezworven. Ik kwam daar zo veel wijzer en sterker van terug. Een ander voorbeeld daarvan is juist heel recent: de laatste reis die ik voor Floortje naar het einde van de wereld maakte. In Patagonië sprak ik met een Amerikaanse vrouw van 28 die een kleine boerderij runt met een gaucho, een veehoeder. Ze komt uit een steenrijke familie, maar heeft bewust gekozen voor een heel eenvoudig bestaan. Ze wil haar leven niet laten afhangen van de grootte van haar auto of het beroep van haar man maar gewoon in de natuur zijn, met de gaucho’s, met hun levensinstelling en eenvoud. Dat vind ik dan weer zo magisch, om zo’n vrouw mee te maken en te zien dat zij zo bewust in het leven staat en keuzes heeft gemaakt. Daar steek ik zelf ook weer veel van op.


Columbus-lezer Edwin Groenheide vraagt:

Voor welke reisbestemming heb jij een voorliefde?

Elke reis en elke reisbestemming heeft voor- én nadelen. Maar wat ik magisch blijf vinden zijn de plekken die nog vrijwel onaangetast zijn door de mens, zoals South Georgia, een eilandengroep bij Antarctica. Daar heb ik op een strand gestaan tussen honderdduizend koningspinguïns die zich helemaal niks van mij aantrokken omdat ze geen gevaar in mij zagen. Diezelfde pinguïns werden een paar honderd jaar daarvoor bijna uitgegroeid door de mens, maar hier hebben we van onze fouten geleerd. Nu is het eiland een natuurreservaat en iets om stil van te worden. De plekken waar de mens bijna geen invloed heeft zijn sowieso de plekken waar ik het stilst van word − je kunt je er de wereld voorstellen zoals die ooit is geweest.


Columbus-lezer Daniëlle Hunkemöller vraagt:

Naar welke plek zou jij nooit meer terug gaan?

Uitkijkend over het kasteel Krak des Chevaliers in Syrië.Uitkijkend over het kasteel Krak des Chevaliers in Syrië.

Tja, dat zijn juist de plekken die de mens helemaal om zeep heeft geholpen. Een van de vreselijkste wat mij betreft is het Thaise eiland Phuket, waar ik voor een tv-aflevering was. Mensen laten zich er van zo’n vreselijk slechte kant zien. Ze liggen volgepakt op een strand en hebben geen flauw benul van het land van het land waar ze zich bevinden of de natuur die om de hoek ligt. Het absolute dieptepunt is het sekstoerisme − ik vind het onverdraaglijk dat er nog steeds zo verschrikkelijk veel mensen vanuit het Westen naar Azië komen voor goedkope seks, met meisjes die weinig andere keuze hebben. Dat is een moderne vorm van slavernij die echt niet meer zou moeten kunnen. Een van de weinige voordelen van covid was dat dit even helemaal stillag, maar ik vrees dat het weer in alle hevigheid is losgebarsten.


Columbus-lezer Eddie van Hommelen vraagt:

Wat is je angstigste reismoment geweest?

Ik heb geregeld meegemaakt dat het even niet helemaal lekker ging en dat ik niet wist of ik er zonder kleerscheuren uit zou komen. Ik kan me nog een vlucht in Argentinië herinneren waarbij we een donderwolk invlogen. Er zat een hele schoolklas en een priester achter me. De turbulentie was zo zwaar dat we heen en weer werden gesmeten. De schoolklas was alleen maar aan het krijsen en die priester alleen maar aan het bidden! En dan was er natuurlijk mijn reis naar Jemen, waarbij we in de hoofdstad Sanaa in een wapengevecht terecht zijn gekomen. Ik was daar met het Rode Kruis, en we moesten uiteindelijk de schuilkelders in. Daar heb ik drie dagen gezeten en het was echt de vraag of het allemaal wel goed zou komen. Vooral omdat ik heel bang was dat ik ontvoerd zou worden door een van de IS-groeperingen die daar met elkaar vochten. Die gedachte vond ik echt afgrijselijk − ik heb er drie nachten van wakker gelegen. Het Rode Kruis stuurde me na afloop nog naar een therapeut om erover te praten, maar ik heb het een goede plek kunnen geven. Ik was gewoon heel dankbaar dat ik eruit was. Ja, ik heb drie dagen in een hachelijke situatie gezeten maar die bevolking zit er wekelijks in, dus waar hebben we het uiteindelijk over? Door je reizen kun je vaak alles heel erg goed relativeren, en dat was in dit geval ook zo.


Columbus-lezer Lena Wijnen vraagt:

Hoe maak je jezelf overal ter wereld thuis?

Heel cliché, maar ik neem altijd een klein kaarsje mee omdat het licht op veel slaapplekken in het buitenland zo afschuwelijk is − van dat lelijke led- of tl-licht. Wierook kan ook goed helpen om je slaapplek fijn en cosy te maken, evenals mobiele speakertjes. Ik download voor mijn reizen altijd veel Spotify-playlists en video’s. Vaak heb ik daar niet eens tijd voor, maar het is wel lekker dat je onderweg even in je eigen wereldje kan zitten. Die kleine dingen werken gewoon. Verder heb ik ook altijd een yogamatje bij me, zodat ik elke ochtend een half uur yoga kan doen, en zoek ik zoveel mogelijk de natuur op. Waar ik ook ben, ga ik wandelen − daar word ik relaxed van.


Columbus-lezer Bobbi Verberne vraagt:

Wat neem je voor eten mee op reis?

Familie Atkinson in Belize voor Floortje naar het einde van de wereld. Familie Atkinson in Belize in een aflevering van Floortje naar het einde van de wereld.

Ik ben echt een foodie, in die zin dat ik geen vlees eet en dat eten − naast voldoende slaap en beweging − heel belangrijk is om gezond te blijven en mijn reisschema vol te houden. Om mijn spijsvertering op gang te laten komen, is een goed ontbijt met veel vezels onontbeerlijk - en juist die vezels schieten er in veel landen bij in. Daarom neem ik altijd zakken vol zaadjes, nootjes en ontbijtgranen mee − ik maak zelfs mijn eigen muesli. Ik neem ook veel zuidvruchten en droogvoer mee, die zijn goed houdbaar en je kunt er de hele dag op voort. Ik probeer dan ter plekke nog wat rijst en fruit en groente te krijgen − dan kom je een heel eind.


Columbus-lezer Amber de Wolf vraagt:

Neem je van je reizen souvenirs mee?

Jazeker, ik ben echt een labrador − ik sleep altijd zoveel rotzooi mee naar huis! In mijn woning staan heel veel souvenirs, maar wel veel kléíne souvenirs − het is natuurlijk lastig om enorm grote dingen mee te nemen. Bijzonder blij ben ik met twee houten beelden uit Vanuatu in de Stille Oceaan, die nu in mijn badkamer staan, en een kist uit Afghanistan, die ik voor opslag in mijn keuken gebruik. Mijn huis staat ook vol met schelpen, voor zover dat mag. Maar mijn meest dierbare aandenken is een klein altaartje met een boeddhaatje, dat ik heb meegenomen op een van mijn eerste reizen naar Mongolië. Ik kocht het van een monnik in een van de weinige boeddhistische kloosters die niet waren verwoest tijdens de Russische bezetting. Een beeldschoon souvenir.


Columbus-lezer Thea Sanger vraagt:

In welk land zou je wel willen wonen en werken?

Dat vraag ik me zelf ook vaak af! Er zijn heel veel plekken waar ik kom en denk: hier zou ik prima kunnen wonen. Zoals laatst op de Azoren, waar we een mooi verhaal hebben gemaakt over een Zweedse vrouw, een tandarts, die daar is gaan wonen voor de natuur. En dat is precies wat ik mis hier in Nederland: uitgestrekte natuur. Ik zou heel graag in een land willen wonen waar je in het weekend in je pick-uptruck springt en gaat kamperen in de bergen of gaat skiën. Iets wat je kunt doen als je in bijvoorbeeld Vancouver woont. Dat vind ik echt heerlijk. Landen met een echte outdoorcultuur zoals Canada, Australië, Zuid-Afrika en Botswana, waar ik net ben geweest, zijn voor mij dan ook ideale plekken om te wonen. Maar dat is allemaal zo ver weg en ik ben zo gehecht aan Nederland. Ik houd zo van Nederland en mijn familie en vrienden. Toch gaat het de laatste tijd steeds meer kriebelen en wie weet dat het er ooit nog van komt om voor een langere periode ergens te blijven. Dat is het enige nadeel van mijn werk: het is fantastisch, maar ik ben overal maar heel kort.


Columbus-lezer Esmeralda Vos vraagt:

Wat staat er nog op je bucketlist?

Links: met cameraman Vincent op Santa Maria, Azoren. Rechts: uitkijkend over kratermeer Lagoa Azul op São Miguel, Azoren.

Ik heb nu meer dan 150 landen bezocht − en heb gelukkig nog wel een lange rit te gaan voordat ik alle landen ter wereld heb bezocht − maar gek genoeg heb ik nooit echt een bucketlist gehad. De hele wereld was mijn bucketlist. Ik heb natuurlijk wel aardig wat dingen kunnen afstrepen. maar ben altijd een beetje allergisch daarvoor geweest. Kijk, als kind wilde ik ontzettend graag naar Japan. Maar toen ik er eenmaal was geweest, moest en zou ik terugkomen omdat er zo verschrikkelijk veel te zien is. En dat geldt voor zo veel andere landen ook. Toch is er één bestemming die ik héél graag zou willen bezoeken voor Floortje naar het einde van de wereld en dat is Tristan da Cunha – onder reizigers wel bekend als een van de moeilijkst bereikbare, meest afgelegen bewoonde eilanden op aarde. Het ligt in de Atlantische Oceaan, ruwweg tussen Kaapstad en Ushuaia, en het duurt wel een maand om er te komen. En als je pech hebt, dan zit je er een paar maanden want als het schip weer vertrekt hebben de eilanders altijd voorrang. En die eilandbewoners zitten ook helemaal niet te wachten op filmploegen. Ooit gaat het me lukken, maar vooralsnog staat het eiland op nummer één op mijn wishlist.


Columbus-lezer Maaike van Rijn vraagt:

Wat wil je later worden? Ik vraag mezelf dit altijd af, terwijl ik al 38 ben!

Ik ben 51, maar vraag me ook nog steeds af wat ik later worden wil omdat ik stiekem nog steeds denk dat ik gewoon maar wat aanklooi en toevallig ergens ingerold ben. Later zou ik wel bioloog willen worden en de hele wereld over willen reizen. Ergens enorm veel verstand van hebben en in die hoedanigheid mijn werk doen. Dat is niet zo realistisch, maar als ik het over kon doen, zou ik een biologiestudie doen en me focussen op één diersoort. Ja, dat lijkt me fantastisch.


Fan van Floortje? Bestel Columbus Travel editie 108, met Floortje als gasthoofdredacteur, in onze webshop!Bestel nu Columbus Travel editie 108 met Floortje Dessing

Volg Columbus Travel ook op Facebook en/of Instagram en meld je aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief!