Chiang Mai

Reisgids

Beste reistijd

Foto's

Praktisch

Chiang Mai image

Chiang Mai

Chiang Mai
Thailand
DW

Trekking in Doi Inthanon National Park (deel 1)

Een van de vele geweldige dingen die je kunt doen in (de omgeving van) Chiang Mai, is een trekking. Wij hebben een 3daagse trekking gedaan; deze valt onder de absolute hoogtepunten van onze reis.

Met een songtaew werden we opgehaald; onze backpacks konden we op het VVV achterlaten, zodat we wat lichter bepakt aan onze trektocht konden beginnen. Ons reisgezelschap bestond uit mensen uit diverse landen; een reislustige Columbiaan, twee (nog) redelijk rustige meiden uit Korea, een duo gezellige jongens uit Israël, twee rustige Spaanse jongens en een volop kwebbelende Chinese meid. Het mooie aan reizen in zo’n gezelschap is dat je heel veel interessante dingen leert over elkaars culturen; het reisgezelschap alleen al was de trekking absoluut waard.

Tijdens de reis stopten we bij een lokaal marktje, waar we wat te eten konden halen. Hier merkten we meteen al hoe asociaal de Nederlandse cultuur kan zijn; wij zijn over het algemeen gewend om alleen wat te halen voor onszelf (en voor de mensen waarmee je bent). De niet-Europese reisgenoten begonnen meteen te delen en we waren blij dat we in parten gesneden Papaya en Dragon Fruit gehaald hadden; zodat we dat gemakkelijk met anderen konden delen. Het was tevens een mooie manier om diverse soorten fruit te proberen; zo hebben we genoten van de Rambutans en Longan. (We kregen tevens een lesje over het door onze gehaalde ‘Dragon Fruit’; we werden verteld dat je daar nooit teveel van moet eten, aangezien het dan een erg laxerend effect kan hebben. Ik weet niet in hoeverre dat vervelende gevolgen kan hebben, maar wees gewaarschuwd :p)

Na een stuk verder het niemandsland ingereden te zijn, kwamen we op een plaats waar we een rondritje mochten maken op olifanten. We waren eerst een beetje huiverig over de manier waarop deze beesten behandeld werden, maar we hadden er niet het gevoel bij dat deze olifanten slecht behandeld werden (later hebben we in Ayutthaya helaas wel olifanten gezien die minder goed behandeld werden...). De olifant waar wij op zaten volgde de mahout erg braaf en aangezien we banaantjes en bamboe hadden om hem te voeren, kwam hij telkens erg schattig schooien door middel van zijn slurf omhoog te houden. Na een mooie tocht door de natuur vervolgden we onze weg nog een stukje met de songtaew, voordat we aan de echte ‘hike’ begonnen.

We liepen door de prachtige bossen en de eerste stop tijdens onze hike was bij een erg mooie waterval en een rustig meertje, waar we onze lunch kregen (zakjes met ‘fried rice’). Na even gepootjebaad te hebben, vervolgden we onze tocht door de jungle; we gingen de Doi Inthanon zelf niet beklimmen, maar de (volgens onze gids) op één na hoogste berg van het park. De Doi Inthanon is met zijn piek van 2565 meter trouwens de hoogste berg van heel Thailand.
Toen de Thaise gids hoorde dat we uit Nederland kwamen, demonstreerde hij gelijk zijn talenkennis;
‘Biertje’ en ‘Niet zo snel’
Vooral bij zijn tweede uitspraak moesten we nog erg lachen; we zagen al voor ons hoe diverse Nederlanders het in het verleden blijkbaar moeilijk vonden om de trekking vol te houden. Wat een watjes, dachten we nog. Hier zijn we echter flink van teruggekomen! De gids rende zo’n beetje door het bergachtige landschap en toen we met een echte flinke klim begonnen, merkten we dat onze conditie op deze hoogtes af en toe toch ook wel te wensen overliet. Ondanks dat we tegen het einde van de klim aardig wat moeite hadden met het hoge tempo (naar alle waarschijnlijkheid in combinatie met het lagere zuurstofgehalte), bikkelden we flink door en weigerden aan het stereotype Nederlander dat de gids voor ogen had te voldoen. Maar het prachtige uitzicht op het National Park was alle moeite absoluut waard! Na deze hoogste klim zijn we de berg op flink tempo afgedaald, om te eindigen in een klein dorpje, waar ook onze gids zelf woonde. Hier zouden we ook overnachten.

Het mooie aan deze ervaring was dat je te zien kreeg hoe de mensen van deze stam (the Karen Tribe) leefden. Omdat er geen electriciteit in het dorp aanwezig was, kreeg je het gevoel teruggegaan te zijn in de tijd.
Zo hadden ze een echte Thaise douche, bestaande uit een soort pannetje waarmee je water over jezelf moest gieten. De constructie van het douche-hok (waar zich tevens het thaise toilet bevond) bood niet bepaald veel privacy, met grote spleten en kieren tussen de houten planken. Het water kwam, via een slim aangelegde aanvoer van holle bamboestokken, uit een hoger op een berg gelegen riviertje.
Toen het donker werd, werden de kaarsen tevoorschijn gehaald. Deze werden niet in kandelaars gedaan, zoals wij dat zouden doen, maar werden bevestigd door middel van eerst wat vloeibaar kaarsvet op de grond / tafel te laten druppen en de kaars er vervolgens op te zetten. Het kaarsvet stolt vrijwel direct en voilá; het kaarsje staat!
Als vermaak werd er al snel een gitaar tevoorschijngehaald en onze gids bleek goed thuis te zijn in liedjes uit verschillende landen. (Zo was het erg vermakelijk om hem een stukje van ‘Er is een nacht’ te horen zingen; respect!)

De slaapplaatsen bestonden uit perzische tapijten op een betonnen ondergrond. Het duurt dan wellicht even voordat je een fatsoenlijke houding hebt gevonden, maar gelukkig waren we moe genoeg van achter de gids aanrennen en hebben we prima geslapen, ondanks dat we even wakker geworden waren van de kou (gelukkig lagen er extra dekens onder de klamboe). Na ’s ochtends een ‘douche’ genomen te hebben, had ik nog flink wat tijd over voordat we zouden gaan ontbijten en heb een wandeling gemaakt door het mooie, kleine dorpje. Er stonden diverse kleine, door de mensen zelf gebouwde huisjes en het vee liep er los rond.
Zoals ik de avond ervoor ook al merkte; de mensen hebben er zo weinig, maar zijn zo tevreden met hun leven. Hier kan menig mens nog wat van leren en de ervaring in dergelijk dorpje was dus ook erg mooi om mee te maken!

(zie deel 2 voor de rest van de trekking)