Quilotoa meer reisblogs

Een contrastrijke ervaring

Lola was er (tot 05 sep 2008) Gepost op 17 dec 094 reacties

Het is een bijzondere plek: het afgelegen indianendorpje Chugchilan, hoog verscholen in het centrale Andesgebergte. Dit voelt zo echt, zo authentiek. En vooral indringender dan ooit. Hier vind je het ware, ongedwongen Ecuador, waar de tijd heeft stilgestaan en het voltallige dorp nog traditioneel gekleed gaat. Zonder een zweem van westerse invloed, want onze flitsende, gejaagde wereld gaat er nog altijd aan hun trage pas voorbij.

Bescheiden akkertjes liggen tegen de glooiende heuvelruggen van het omliggende landbouwgebied. De lokale bevolking probeert zijn soms ondefinieerbare gewassen in grote getale te slijten op markten in de wijde omtrek. Vol overgave, maar door de grote toestroom van marktkooplieden meestal zonder het broodnodige resultaat. De aanblik van de simpele huisjes is even sfeervol als krakkemikkig. Ik proef de heersende armoede en probeer het weg te slikken. Het lukt niet, mijn mond voelt kurkdroog aan.

Hoe kan ik verantwoorden dat ik intens geniet van de kleurrijke pracht van mijn omgeving, terwijl het in wezen heel schrijnend is? Hordes kinderen gehuld in smerige vodden, soms met een hongerige blik in hun vragende kijkers. Sjokkende, knokige ezels en kuddes blatende schapen op hun schamele lapjes weidegrond. Een enkele melktruck die bij het minste zuchtje wind van ellende uit elkaar dreigt te vallen op de modderige oprit. Dit alles versterkt het dubieuze gevoel, maar maakt gelijktijdig het unieke plaatje compleet. Ik besef me dat dit nooit zal wennen, waar de reis ook heen gaat.

Mijn thuishaven voor de komende dagen staat ook al in schril contrast met de armoede van Chugchilan. Ik logeer in The Black Sheep Inn, een eco-vriendelijke herberg die zijn naam dankt aan de bijbehorende wei vol zwarte schapen met kunstig gekrulde hoorns. De herberg biedt sublieme vergezichten, zowel vanuit de hangmatten in de tuin als vanaf de compost-toiletten in de toilethuisjes. Een kwestie van op de pot gaan zitten en recht vooruit door het raam kijken.

Binnen in de herberg is het knus. De gasten dineren 'family-style' aan een lange tafel, waarop de koks in de loop van de avond allerlei creatieve en smaakvol bereide vegetarische gerechten toveren. Een gietijzeren houtkachel maakt knisperend overuren teneinde de snijdende avondkou te verdrijven. De naar brandend hout geurende warmte wordt enthousiast ontvangen. Hier moet een stevig glas rood bij.

Zodra mijn neus boven het wijnglas zweeft, wordt mijn reukorgaan overdadig geprikkeld door stront- en stallucht. Zo hoort wijn in mijn optiek te ruiken. Ik neem een slok. De verleidelijke, volronde smaak van deze Chileense krachtpatser doet me onmiddellijk verlangen naar meer en gulzig volgt een tweede slok. En nog een. Het is alsof er een engeltje over mijn tong piest.

Tijdens het “proeven” dwalen mijn gedachten weer af naar de ontluisterende armoede. Maar dan neem ik een besluit: ik roep mijn innerlijke strijd een halt toe en wijs het gelukzalige gevoel als winnaar aan. De onbestemde rivaal die me sinds mijn aankomst op de hielen zit en mijn blik dreigt te vertroebelen (of zou dat de wijn zijn...?), zal gedwongen naar de achtergrond moeten verdwijnen. Ik kan nu toch weinig anders doen dan schaamteloos genieten van het feit dat ik dit mee mag maken.

Dus maak ik die avond ook maar meteen dankbaar gebruik van de Finse sauna, gevolgd door een staaltje ultieme ontspanning in de vorm van een 'hot tub'. Rillend trek ik mijn kleding uit en voor ik het besef lig ik -omringd door een ijskoude berglucht- op mijn rug te dobberen in het stomend hete water. Mijn adem wasemt warme wolkjes uit. Ik zie hoe ze langzaam oplossen als ze zich verplaatsen richting de miljoenen oplichtende sterren die de hemel boven mijn hoofd doen schitteren.

Zo baad ik een tijdlang in een weldadige, wonderschone weelde. Gaandeweg voel ik eindelijk mijn spieren ontspannen, die sinds de ontberingen van mijn laatste busrit pijnlijk stijf zijn. De bus was in stilte de herberg voorbij gereden, waardoor ik overbepakt ruim anderhalf uur terug moest lopen. Ik duim dat de rugpijn morgen niet erger zal zijn, want er staat een pittige wandeltocht van vijf uur op mijn programma: vanaf Laguna Quilotoa, een op 3800 meter hoogte gelegen kratermeer, terug naar Chugchilan.

Helaas moet ik 's morgens ondanks een goede nachtrust concluderen dat mijn rug me in de steek laat. Maar ik laat me er niet door uit het veld slaan en begeef me met zeven man plus lokale gids na een stevig ontbijt van pannenkoeken en vers fruit richting bus. Op het dorpsplein wacht een onevenredige mengelmoes van een hoop indianen en een handjevol ongeduldige toeristen op dezelfde bus, die uiteindelijk bijna een uur te laat vertrekt. Het is weer heerlijk ouderwets afzien in de bomvolle rammelkast die met een noodgang door de bergen sjeest.

Op onze bestemming is het zwaarbewolkt en steenkoud, dus schiet ik eerst een souvenirwinkeltje binnen voor de aanschaf van een muts. Een gerimpelde dame gehuld in zuurstokroze rok en turquoise poncho kijkt me vanonder een te grote zwarte hoed lief glimlachend aan. Ik beantwoord haar glimlach door zonder af te dingen een van haar veel te dure lamawollen mutsen te kopen en vertrek met een knipoog.

Eenmaal buiten begint het te spetteren. In een sukkeldrafje vervolg ik mijn weg naar boven tot ik hijgend bij de rand van de krater ben aangekomen en het meer in volle, smaragdgroene glorie aan mijn voeten ligt. Mijn mond valt letterlijk open van verbazing. Superlatieven schieten te kort in mijn hoofd, dus verder dan wat stompzinnig klinkende kreten als “Oooh” en “Aaah” kom ik niet. De grillig gevormde krater van de schijnbaar nog immer actieve vulkaan, is grotendeels gevuld met het spectaculair gekleurde water. Aan de overzijde hangen flarden wolk als een nonchalant gedrapeerde deken over de kraterrand.

Ik had vooraf wel foto’s gezien, maar het werkelijke beeld bijkt nog veel indrukwekkender. Zelfs met dit grauwe weer. Want het omvangrijke kratermeer beneden mij ligt weliswaar niet te schitteren in de felle zon, het is en blijft een adembenemend mooi plaatje om in levende lijve te aanschouwen...

Voor het vervolg: zie komende blog

Lola Positie 29309 (0 p.) Lid sinds 16-09-2007 Foto's en tips: 199 Blogs: 29 Fans: 12
deel dit artikel met je vrienden:

Andere blogs van deze gebruiker

Afscheid
4 25
Gepost op 27 oktober
Bolivia La Paz
Laguna 69: de majesteit en haar hofdienaren
3 19
Gepost op 20 oktober
Peru Huaraz
De orkaan en de kleine jongen
0 16
Gepost op 15 oktober
Peru Noord Trujillo

Reacties bij deze blog

wendyve

Door: wendyve • Geplaatst op

Je hebt een leuke schrijfstijl. Las al dat je er plezier in hebt gebeurtenissen niet alleen met de camera vast te leggen. Ja, chugchilan is waanzinnig authentiek. Leuk om te lezen!

TravelGoom

Door: TravelGoom • Geplaatst op

Ben je er zo eentje van opborrelende melangolie rond de kerstdagen?
Haha, je bent in vorm.
Dit raakt zo het gevoel dat ik in BA had met het meisje en de baby.
Je hebt de 'vijand' prachtig beschreven.
Lelijke mensen zijn het mooist te fotograferen..., hoe lelijk kan schoonheid zijn?
Enneh, niet zeuren over dat pijntje in je rug want ik had je al op je donder gegeven na je busrit.
Ik ga snel door naar je volgende blog.
Al gemaild trouwens?

Lione Kolsteren

Door: Lione Kolsteren • Geplaatst op

Prachtig beschreven en heel herkenbaar. Vooral ook dat dubbele gevoel: jij als toerist/bezoekster geniet terwijl de mensen in schrijnende armoede proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Je vraagt je dan af of zij zich niet zullen afvragen wat je hier komt doen en waarom jij hier bent. Het is niet anders en genieten moet maar in de zin van: wat bijzonder dat ik hier mag zijn. De Quilotoa is inderdaad altijd prachtig, ook wij hadden regen en nog vond ik het mooi!! Het gebied is inderdaad behoorlijk afgelegen en in gedachten heb ik dit wel eens het vergeten volk genoemd.

Jelle51

Door: Jelle51 • Geplaatst op

Mooi beschreven.

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.