Spanje

Reisgids

Reistips

Nieuws

Beste reistijd

Regio's en steden

Foto's

Praktisch

Spanje image

Spanje

Spanje
Europa
Ilka

De muze van Gaudi

Montserrat herbergt een klooster dat zich als een arendsnest in de Catalaanse bergen verschanst. Wind en regen schuurden er een feeëriek schouwspel uit het rotsmassief. De bevreemdende, grillige vormen zouden de architect Antonio Gaudi geïnspireerd hebben voor zijn Sagrada Familia in Barcelona.

Montserrat is uniek in de wereld met zijn adembenemend natuurschoon en zijn religieus karakter, verzekert de flyer me. De trein brengt je rechtstreeks van Barcelona naar het Catalaanse kustgebergte, waarvan het massief van Montserrat deel uitmaakt. Zonder overstap stuif je dus door het roodachtige stof naar het Spaanse achterland. Na een treinreis van een uur kan je met een kleinere trein of met een kabellift doorreizen naar het hart van het massief, het klooster van Montserrat, op een hoogte van 725 meter.

Bij de uitgang van het station sta je meteen oog in oog met het kloostergebouw en de basiliek. Daarboven torenen majestueuze, gepolijste rotskolommen uit. Ik duim door mijn Lonely Planet op zoek naar een foto van de Sagrada Familia. Ik bestudeer de grillige uitwerking van de stenen en de statige torens erboven. Het lijkt alsof de muren van de kathedraal uit een massa druipstenen bestaan. Ik kijk op naar de rotsen voor me. De gelijkenis is niet zo vergezocht. Het ruime plein voor de basiliek biedt een indrukwekkend uitzicht op het dal. Ook een zwerm schoolkinderen blijft er even stil bij staan. Ze verliezen zelfs eventjes de sigaret die ze stiekem achter hun rug houden uit het oog.

Langs de binnenkant is de basiliek eerder krapjes bemeten. Voor de eucharistie om 11 uur loopt ze aardig vol. Een vijftigtal jongensstemmen vullen de gewelven met gregoriaanse gezangen. Die stemmen zijn van de leerlingen van het Escolania, het jongenskoor. De jongens van het prestigieuze koor wonen en studeren in Montserrat op internaat. Ze mogen amper twee keer per jaar naar huis.

Maar het heilige der heilige zit dieper in de basiliek. Langs een smalle trap aan de rechterkant van de basiliek kruipen toeristen als een ordentelijke rij mieren door de ingewanden van het gebouw omhoog. Op een hoger gelegen verdieping bevindt zich La Moreneta. Het innig vereerde beeldje van de Heilige Maagd kijkt met tedere blik uit haar glazen koker. Haar zwarte huidskleur steekt af tegen de royaal met goud en felle kleuren gedecoreerde wanden van haar nauwe kamertje. Ook het kind op haar schoot heeft een zwarte huid. Met zijn kaarsrechte rugje doet hij mij denken aan een piepjonge Othello. Elke poging tot religieuze contemplatie is verloren moeite, want de aanschuivende rij port je met zachte aandrang meteen terug naar buiten.

Ik loop opnieuw door de poort, het ambitieuze lentezonnetje in. Op naar de berg. Er vertrekken twee funiculars van op het basisniveau. Ik begin met de Santa Cova Funicular, de lift naar de heilige grot. Daar zou de Maagd eeuwen geleden haar opwachting hebben gemaakt. De grootste attractie is het Rosari Monumental, een religieuze beeldengroep van een groep artiesten waaronder, jawel, Gaudi. De bronzen groep beelden uit 1907 hurkt tegen de uitgeholde rotswand aan.

De bestemming van de andere kabellift, de Sant Joan Funicular, kan me langer boeien. Van op de top van de berg op 1235 meter kan je bij helder weer de Pyreneeën en zelfs Madeira zien liggen, dixit mijn flyer. Ik heb pech, het is mistig. Toch vang ik in de vale diepte een glimp op van het magnifieke uitzicht. De typische, eigenaardige vormen van de rotsen komen hier tot hun volle recht. Ik sta midden in een decor van reusachtige, verwrongen, stenen peren. Grindpaden slingeren zich in verschillende richtingen de bergen in.

De groep toeristen waarmee ik naar boven ben gekomen, zwermt uit. Het eerste pad dat ik kies, leidt meteen naar de meest verrassende bestemming. Na een bocht staan we ineens voor een ruïne. De nog steeds statige bouwval kleeft tegen de steile helling aan. Een paar meter ervoor staat een kapelletje, een beetje onhandig balancerend op de stenen ondergrond. Wat dit gebouw ooit ook is geweest, vandaag heb je er het raden naar. Een buitenverblijf van een of andere rijke graaf met een hekel aan burenlawaai? Een restaurant met een exclusieve ligging misschien? De binnenkant brengt weinig opheldering. Daar schiet niets meer over van de vroegere inrichting. De muren zijn aangesmeerd met graffititekeningen en namen van toeristen. “Ik denk dat dit bloed is”, zegt een huiverende Koreaan, naar een ruwe, bruinachtige tekening wijzend.

Het pad in de andere richting brengt me naar het meest spectaculaire uitzicht van de dag. Het loopt over een rotskam heen. Na een tijdje wordt het paadje moeilijker te volgen en uiteindelijk verdwijnt het. Ik voel me een behoorlijke pionier terwijl ik tussen de struiken naar de neus van de rots huppel. Er zijn geen andere toeristen meer in de buurt. Aan alle zijden stort de rots zich steil naar beneden. Het klooster ligt links van mij, ver weg in de diepte. Het uitzicht lijkt op een foto uit een luchtballon. Ik zou van hier een landkaart van de streek kunnen tekenen. Even heb ik de illusie dat ik daar helemaal alleen zit, eenzaam op mijn berg. Hier en daar op de naburige bergen zijn huisjes neergeplant. Het uitzicht is er goud waard, wed ik, maar hoe brengen de bewoners in godsnaam hun boodschappen naar boven?