Sichuan en Chongqing

Reisgids

Beste reistijd

Foto's

Praktisch

Sichuan en Chongqing image

Wolong, waar geen panda's meer zijn

Sichuan en Chongqing
China
IngeJansen

Wolong, waar geen panda's meer zijn

Het beschermde natuurreservaat Wolong in de zuidwestelijke Chinese provincie Sichuan ligt hoog in de bergen, omringd door nog hogere bergen. In het reservaat komen veel beschermde plant- en diersoorten voor, zoals sneeuwluipaard, rode panda en het gouden stompneusaapje. Maar de allerbekendste inwoners van het reservaat zijn de reuzenpanda's. Speciaal voor hen is in het reservaat een Bescherm- en Onderzoekscentrum voor de Reuzenpanda opgezet. Een speciaal fokprogramma voor de reuzenpanda maakt onderdeel uit van dit Onderzoekscentrum.

Of eigenlijk moet ik zeggen: maakte onderdeel uit van dit Onderzoekscentrum. Want de enorme aardbeving die het noorden van de provincie Sichuan op 12 mei 2008 trof (7,9 op de Schaal van Richter, meer dan 68.000 doden), heeft ook in Wolong grote verwoestingen aangebracht. Het was niet langer verantwoord de panda's hier te laten en ze werden overgebracht naar elders.

De weg naar Wolong is slecht, veel slechter dan de weg naar Wenchuan - een van de zwaarst getroffen districten in Sichuan. Er is ook nog veel minder opnieuw opgebouwd dan in het gebied van Wenchuan. Toch wordt overal in het gebied hard gewerkt, met name aan de aanleg van een nieuwe weg. Het eerste deel van de tocht is erg ruig. We rijden met onze auto door smalle kloven en volgen continue de rivier, die schuimend en kolkend richting Yingxiu en de Min-rivier stroomt. Tegen de steile hellingen zijn stalen netten gespannen om naar beneden vallende keien tegen te houden.

Regelmatig passeren we kleine nederzettingen met verwoeste huizen en daarnaast noodhuisjes en een cluster nieuwe woningen in aanbouw. Bij een voormalige elektriciteitscentrale is aan de voet van een grote steenverschuiving een grafmonument opgericht voor omgekomen werknemers. Op het monument van grijs baksteen is een grote klok getekend waarvan de wijzers op iets voor half drie staan en ernaast de cijfers 5.12 - de datum en tijdstip van de aardbeving. Trappen leiden omhoog naar een terras waar 15 grafstenen staan. Op elke steen staat een zwartwit foto, naam, geboortedatum en overlijdensdatum - 12 mei 2008.

Na het wat grotere dorp Daheng wordt de weg iets beter, het is dan nog 20 kilometer naar Wolong. We rijden door een schitterende brede kloof waar de rivier woest doorheen kolkt. In de verte boven ons zien we licht besneeuwde bergtoppen. Wolong zelf - het voormalige toeristische servicecentrum - ligt er verlaten bij. Langs de weg en in het dorp zijn veel lege plekken, de ingestorte huizen zijn hier al met de grond gelijk gemaakt. Langs de rivier strekt zich een klein nooddorp uit. Toch staan er nog relatief veel hotels en restaurants overeind, waaronder een sfeervol complex met stenen torens zoals de Qiang die bouwen.

Een houten huisje waarop 'Ticket Office' staat, houdt de schijn op alsof alles hier normaal doorgegaan is na de aardbeving: Toegang museum 20 yuan, geopend van 8.30-18 uur, in de zomer 18.30 uur. Toegang tot de Reuzenpanda Kloof 60 yuan. Toegang tot het "wilde deel" 360 yuan. Maar alles is buiten gebruik: gesloten, kapot of afgebroken. De hotels en restaurants staan leeg, de uithangborden hangen er verkleurd bij.

In Restaurant 5.12 - dat er van buiten uitziet als een krot maar van binnen verrassend schoon is - vertelt de serveerster: "Vroeger, voor de aardbeving, kwamen hier op drukke dagen wel 3.000 mensen. Nu zijn het er op zijn hoogst tien per dag. En dan zijn het nog niet eens mensen zoals jij - toeristen. Die zie je hier echt maar een hoogst enkele keer." Ze is een kop kleiner dan ik, heeft vrolijk piekhaar dat haar brede gezicht omlijst en pientere ogen. Ze praat langzaam, zodat ik haar goed kan volgen. Ze is 19 jaar. Veel vriendinnen van haar leeftijd konden hier niet meer blijven, er was geen werk meer voor ze. Ze zijn naar de stad getrokken om werk te zoeken. De jongere kinderen zijn gebleven en gaan nog naar school. De ouderen zijn er ook nog en krijgen een klein beetje geld van de staat. En veel mannen en jongens werken nu aan de bouw van de wegen, bruggen en dorpen.

Aan de muur van het restaurant hangt een poster van Wolong in betere tijden. Ik maak er een foto van en de kokkin zegt: "Vóór de aardbeving was het hier schitterend, echt heel mooi. Nu is er niks meer, behalve dan één grote bende." Een gast die zegt dat hij hier niet zo bekend is maar zich zo niet zo gedraagt (hij kletst met de baas in de keuken, pakt af en toe zelf een drankje uit de koelkast), vertelt: "Er gaat zeker nog wel één, twee jaar overheen voor het hier weer een beetje is opgeknapt. En om het echt weer helemaal als vanouds te maken, nog wel vijf, misschien wel tien jaar."

Het lijkt me een bijna onoverbrugbare periode voor de mensen hier. De panda's - de belangrijkste trekpleister van Wolong - zijn verplaatst. Waar moeten de mensen van leven als er geen toeristen meer komen? Ooit zullen ze hier weer teruggeplaatst worden, maar de tussentijd is lang. We vragen de rekening. "20 yuan", zegt de kokkin. "25 yuan!", roept de baas vanuit de keuken. Zonder mopperen betalen we de 25 yuan. Als hij 50 yuan had gezegd, had ik het hem ook gegeven.

Buiten loop ik nog een rondje door het centraal gelegen, kleine park met een vijver, wat paviljoentjes en bankjes en twee oerlelijke namaakpanda's. Hier bevindt zich ook het Pandamuseum. Onderdelen van de goudkleurige karakters die de naam van het museum vormen liggen verspreid over het afdakje bij de toegangspoort van het museum. Een ijsvogel met knalblauwe veertjes scheert over het meer, een oude Qiang-vrouw schuifelt gebogen en leunend op een stok voorbij met in haar kielzog een jongetje dat een metalen hoepeltje met een metalen stok voor zich uitdrijft. Op de terugweg zien we bavianen die gevoerd worden door een paar wegwerkers.

Foto's

3503d.jpg
3503d.jpg
IngeJansen
5a8fc.jpg
5a8fc.jpg
IngeJansen
1c52c.jpg
1c52c.jpg
IngeJansen