De Faeröer Eilanden, Denemarken
Gepubliceerd op 15 jun 2012, 16:40 uur • 0 reacties

Tekst & Fotografie: Auke Hulst en Ilvy Njiokiktjien
Muziek van de leegte
Je moet er wat voor over hebben. Het vliegtuig van Atlantic Airways scheert als een dronken albatros over de kliffen die uit de Atlantische Oceaan oprijzen. De wind heeft vrij spel. De akelig korte landingsbaan loopt, bij gebrek aan vlakke grond, lichtjes bergop. Bij elke luchtzak, elke bruuske zwenking vult de cabine zich met half ingeslikte kreetjes en het happen naar adem. Dan, opeens: touchdown. Een klaterend applaus vult de cabine - niet van jolige toeristen, maar van eilandbewoners die blij zijn levend thuis te zijn gekomen.
Hemelsbreed zijn de Faeröer Eilanden niet eens zo heel ver weg, maar het voelt als het eind van de wereld: achttien ruige eilanden, verloren in het stormachtige niemandsland tussen Schotland en IJsland. Al bij de eerste blik weet je dat je met iets bijzonders te maken hebt. De eilanden - gekerfd uit een vulkanisch plateau waar gletsjers hun vormende werk hebben gedaan - verheffen zich bruusk uit zee, vaak uitlopend in dramatische kliffen, soms in een subtielere glooiing. Bomen zijn er nauwelijks en - de tienduizenden schapen daargelaten - dieren evenmin. De zee, daarentegen, is rijk aan plankton. Het maakt de Faeröer tot een ideale omgeving voor broed- en trekvogels zoals de papegaaiduiker, diverse soorten stormvogels, zeekoeten, alken, jan-van-genten en aalscholvers. De eilandengroep kent de grootste vogeldichtheid ter wereld, met meer dan honderd soorten en miljoenen paren. Ik vraag me af hoe het leven van de bewoners, en vooral de jongeren, moet zijn.
Die gure, door de wind gegeselde eilanden, van een verbluffende maar desolate schoonheid, ver weg van wereldse metropolen - wat heb je er te zoeken? Tegelijk heb ik gehoord dat de Faeröerse jeugd tot de hipste van Europa behoort (...)
Lees het volledige artikel in Columbus Magazine Editie 32

Er zijn op dit moment nog geen reacties geplaatst bij dit bericht.








RSS