Reisnieuws

voor Greenpeace op Sumatra

Gepubliceerd: 21 nov 2007
0

Gastcolumn: Harrie van der Weele - presentatrice van Greenpeace.tv - reisde voor Greenpeace af naar Sumatra. Daar verdwijnen regenwouden in razend tempo voor de aanleg van plantages met palmolie.

Indonesië, de gordel van wuivende oliepalmen


Twee dagen lig ik nu zwetend in een hotelbed in Jakarta, half verdoofd door pijnstillers, starend naar een airconditioner die een hels kabaal produceert en voor de rest slechts de warmte verplaatst. Het is warm en benauwd in deze chaotische miljoenenstad. Ook in de jungle was een verkoelend briesje een zeldzaamheid. Het minste zuchtje wind verfrist als een enorm glas cola met twintig ijsblokjes.


Hoezo luxe resort?
Twee dagen geleden vertrok ik vanuit Amsterdam naar Indonesië. Via het hectische Jakarta naar de luchthaven van Pekanbaru op Sumatra. En dan het regenwoud in. Of wat daarvan over is. Het is totaal onduidelijk aan welk avontuur ik begin. De enige zekerheid is een totaal gebrek aan luxe: een houten hut om in te slapen, een rivier om me in te wassen en een gat in de grond om mijn behoefte in te doen.

In een houten boot laat ik de bewoonde wereld ver achter me. De lokalen aan boord noemen dit bootje een pong-pong, vernoemd naar het geluid dat de ouderwetse motor produceert. Ondanks het lawaai van de motor, waardoor de hele boot trilt kan ik maar één ding denken als ik voorop de boot zit en zeven gebruinde gezichten me met een stralende glimlach aankijken: “Wauw, wat ben ik ongelooflijk dankbaar dat ik dit werk voor Greenpeace mag doen.??

Hallo, daar zijn we weer!
Ieder jaar stuurde ik Greenpeace een ‘feestpakket’. In de hoop dat ik ooit aangenomen zou worden pende ik de ervaringen op die ik dat jaar had opgedaan. Op die manier kon het Greenpeace niet ontgaan wat een enthousiasme en talent ze lieten lopen. Na tien jaar van stalken had ik zoveel nieuwsgierigheid gewekt dat ik uitgenodigd werd voor een gesprek. En enkele weken later kon ik aan de slag. Als fondsenwerver. Vanwege de vasthoudendheid misschien?

De bossen verdwijnen voor onze boodschappen
In het nieuwe Guiness Book of Records staat Indonesië vermeld als de snelste ontbosser ter wereld. Niet echt een notering om trots op te zijn. Nederland is medeschuldig aan deze ontbossing. De regenwouden van Indonesië verdwijnen namelijk in rap tempo voor de aanleg van oliepalmplantages. En ons kleine landje is de grootste importeur van palmolie van Europa. Palmolie zit als onzichtbare grondstof verwerkt in zo’n 60 procent van alle producten die wij in ons dagelijkse boodschappenmandje gooien. Enkel en alleen omdat het zo’n goedkope grondstof is.

Het Forest Defenders Camp
Diep in het binnenland van Sumatra staat het ‘Forest Defenders Camp’. Greenpeace heeft het kamp een paar weken geleden gebouwd samen met de lokale bevolking. Het is gelegen aan de rand van een enorme oliepalmplantage in wording. Houthakkers hebben kilometerslange kanalen gegraven om gekapte bomen naar rivieren te kunnen vervoeren. De houthakkers zijn inmiddels vertrokken, maar hun kanalen zuigen nog al het water uit het de grond. De bodem bestaat hier uit veen. Als dit uitdroogt vat het heel makkelijk vlam. Eigenaren van kapitale palmolieplantagees profiteren van deze omstandigheden. Ze steken bosbranden aan om ruimte vrij te maken voor plantages.

Bij aankomst maak ik meteen kennis met onze medebewoners: Ozzi’s, Kiwi’s, Noren, Canadezen, Chinezen, Indo’s, Italianen, Duitsers en Argentijnen en nu dus ook een kaaskop. Ieder heeft zijn taak. En gelukkig maar! Ik heb grote bewondering voor de twee paravliegers. Onder geen beding zou ik gaan rondvliegen met een parachute met een motortje eraan. Iedere dag stijgen de paravliegers op om bosbranden die opzettelijk zijn aangestoken te spotten. Als er branden woeden geven we dat door aan lokale overheid, bevolking en brandweer. De lokale bevolking is net zo onder de indruk als ik: vol ongeloof staren ze naar boven. Het is de eerste keer dat zij met ‘flying objects’ geconfronteerd worden.

Tot mijn enkels in de as
De tweede dag willen we het platgebrande gebied filmen. We gaan naar de plek waar de wuivende oliepalmen komen te staan. De verwoesting is overweldigend. Het veld waar de brand heeft gewoed is maar liefst 40 kilometer lang en 15 kilometer breed. Tot mijn enkels sta ik in de as. Ik ben verdrietig en kwaad als ik bedenk dat Nederland hier zo’n grote rol in speelt.

Au!
Ik kan me nauwelijks nog bewegen. Een beklemmende pijn en stijfheid trekt van onderaan mijn schedel door tot aan mijn onderrug, waardoor ik nauwelijks nog op of neer kan. Dit is zo’n beetje het laatste wat ik hier kan gebruiken met alles wat er nog op het programma staat. Ik schuif het vooralsnog op ontlading van een aantal zware filmdagen.

Brandweermannen in spé
Greenpeace organiseert trainingen om de lokale bevolking te leren hoe ze veenbranden kunnen bestrijden. De trainingen beginnen met theorieles. Aan motivatie bij de leerlingen geen gebrek. Het gaat om de bescherming van hun huis en haard. Ik ben nog nooit in een klaslokaal geweest waar ‘studenten’ zo aandachtig aan de lippen van de leraar hingen.

Het is belangrijk dat de lokale bevolking zelf in actie komt. Hun rechten worden op een grove manier geschonden. De verhalen die ik te horen krijg zijn hartverscheurend. Bewoners worden met geweld van hun land verdreven. De grond waarvan zij afhankelijk zijn voor voedsel verandert in een plantage, die meestal illegaal in brand gestoken worden. De lokale bevolking die in het woud woont, ziet letterlijk hun achtertuin branden.

Het laatste intacte oerwoud
Op deze filmdag reis ik af naar het laatste overgebleven intacte oerwoud op Sumatra. Het is vijf uur reizen om er te komen, zoveel bos is er al vernietigd. In Nederland haal je het niet in je hoofd om zo’n reis te maken voor een boswandeling. Het contrast met de troosteloze oliepalmplantages en gekapte velden bij het kamp kon niet groter zijn. Verwoesting voor zover het oog kan zien en dan opeens… adembenemend oorspronkelijk regenwoud. Het regenwoud begint exact bij het bordje Bukit Tigapuluh National Park. Alleen als bos de officiële status van nationaal park krijgt, is het beschermd. De lokalen zien dan ook het liefst dat al het overgebleven bos nationaal park wordt.

Vooralsnog gaat de ontbossing echter nergens zo hard als in Indonesië. In dit tempo duurt het nog maar een paar jaar voordat het bos ook hier compleet verdwenen is. Toepasselijk dat uitgerekend in Indonesië de volgende internationale klimaattop zal plaatsvinden. Nederland móet zich tijdens deze top in december hard maken voor een stop op verdere ontbossing en haar eigen grenzen sluiten voor producten waarvoor ontbost is.

Brandweermannen in spé
De ‘fire fighting’ training is begonnen. Het kamp is nu overgenomen door zo’n 60 brandweermannen en -vrouwen in spé. Het is een grappig gezicht om te zien hoe ze zich ietwat onwennig voor de eerste keer in hun brandweerpakken hijsen en proberen controle te krijgen over de enorme brandweerslangen. Ongelooflijk hoe ze na twee dagen zeer gedisciplineerd trainen bijna professionals lijken. Bestrijding van branden is belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan. Indonesië staat door haar bosbranden op nummer drie van de wereldranglijst van grootste CO2-uitstoters, na grootheden als Amerika en China.

We zijn groot nieuws
Aan de muur hangt inmiddels de voorpagina van de regionale krant, de ‘Tribun Pekanbaru’ met een grote foto van een spandoek dat we hebben opgehangen aan de rand van de plantages waar nog bos staat. Actievoeren is hier bij lange na niet zo normaal als in Nederland. We worden continu in de gaten gehouden door de politie. Ze varen de rivier op en neer, verkleed als vissers in stalen bootjes. Niet erg handig trouwens. Zij zijn de enigen zijn met zulke bootjes.

Ondertussen is mijn lichaam zelf actie aan het voeren. De pijn en de stijfheid hebben zich verder uitgebreid, waardoor ik nu ook moeilijkheden heb met ademhalen. Ik schrik me rot als iemand me een spiegeltje voorhoudt: rode opgezwollen ogen met zwarte kringen. In combinatie met de vreemde uitslag op mijn handen en voeten en mijn door pijn verkrampte lichaamshouding begin ik al aardig op een gesmolten E.T. te lijken. Ik moet zo zoetjes aan accepteren dat ik toch iets onder de leden heb.

“Willen alle buitenlanders vertrekken???
Geduld moet je hebben om te werken in een land als Indonesië. Niets gaat volgens plan, alles loopt uit, overal moet urenlang over gepraat worden en het land staat te boek als één van de meest corrupte ter wereld. De volgende geplande actie loopt hierdoor vertraging op. Ik baal hier ontzettend van, want dat betekent dat ik die niet ga meemaken.

Dan volgt een inval van de politie: 22 man bestaand uit lokale, regionale politie en de zogeheten ‘police intelligence’. Of alle buitenlanders zo vriendelijk zouden willen zijn om te vertrekken? Een reden hiervoor blijft uit. Bij een duidelijk ‘nee’ van onze kant, gaat de politie over tot het stellen van vragen en het doorzoeken van onze spullen. Agenten brengen bij ons de nacht door, zogenaamd voor ónze veiligheid. Twee van ons dienen zich de volgende dag te melden bij het politiebureau voor een officieel verhoor. Mijn terugreis staat gepland, maar het voelt raar om juist nu de groep te moeten verlaten. Ik laat de mensen achter in een onduidelijke, gespannen situatie.

Dit moet stoppen!
Nog even dan begin ik aan de lange reis terug naar Nederland. Hoe ik die ga overleven? Geen idee. Voor vertrek praat ik nog met een paar locals. Nog een paar weken en dan zal Greenpeace het kamp verlaten… en dan? De locals hopen dat tegen die tijd het verhaal van de verwoesting hier wereldwijd zoveel aandacht heeft gekregen, dat het palmoliebedrijf en de lokale overheid het land terug zullen geven. Verdwenen oerbos komt nooit meer terug, maar ze kunnen het land wel herplanten zodat ze er in ieder geval weer van kunnen leven. En de mensen van hier hopen dat ze compensatie krijgen voor het land dat hen is afgepakt. Mocht dit een utopie blijken, dan zullen ze blijven doorvechten: het móet stoppen, er is geen andere mogelijkheid.

Vanuit mijn hotelkamer in Jakarta heb ik nog een paar keer contact met het kamp. Morgen belooft een spannende dag te worden: de eerste echte actie. Gaat de politie ingrijpen? De actievoerders riskeren dan een fikse gevangenisstraf. Mijn hotelkamer met helse airco doet ineens als een luxe suite aan bij de gedachte aan een Indonesische gevangeniscel. Het zal zo’n vaart wel niet lopen zolang er nog blanken en pers aanwezig zijn. Maar daarna? Als alle buitenlanders het kamp hebben verlaten en de locals de strijd zelf gaan voortzetten? 78 beten van alles wat hier rondvliegt en kruipt en een tropische virus met tijdelijke verlammingsverschijnselen zijn een kleine prijs om te betalen. Dit is een verhaal dat verteld moet worden.



Wil je niet meteen zelf gaan actievoeren op Sumatra maar wel iets doen? Steun dan Greenpeace door 'OERBOSVRIJ' te sms-en naar 4411 en kijk op de website van Greenpeace voor meer informatie en de filmpjes waaraan Harrie heeft meegewerkt.
deel dit artikel met je vrienden:

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.