Reisnieuws

De smaken van de Ayas-vallei

Gepubliceerd: 08 sep 2011
1

Stefano kent de Valle de Ayas als zijn broekzak, het is een van de mooiste zijdalen van de centrale Aosta-vallei. Voor zijn werk houdt hij zich bezig met de relatie tussen mens en natuur en dat maakt hem een ideale gids voor een dag in dit de opvallend brede U-vormige dal.

En zo wandel ik, een stuk frisser dan gister, door de gezellige straten van Antagnod richting de plaatselijke klompenmaker. Zijn werkwijze komt sterk overeen met wat we in ons land gewend zijn zodat de demonstratie wordt ingekort en een plaatselijke liquor op tafel komt. 'Uit eigen tuin', wordt ons verzekerd, passend in de nieuwe richting die de regionale overheid in wil gaan. Het produceren van authentieke lokale producten met ingredienten uit eigen omgeving wordt gestimuleerd. Het maakt dat de smaken in Valle d'Aosta anders zijn dan elders, met onbekende gerechten en dranken als resultaat zo hebben we de drie dagen dat we hier zijn reeds gemerkt. Ik zal het ook aan mijn recept toevoegen; de smaak van het onbekende.

Het centrum van Antagnod is klein evenals de begraafplaats om haar lichtgele kerk. Als altijd vertraagt mijn pas als ik een dodentuin in loop, onder de indruk van de oude graven en de enorme hoeveelheid verse bloemen daartussen. Stefano vertelt boeiend en gedetailleerd over de geschiedenis van dit dorp dat samen met zes andere de plaats Champoluc vormt. Hij neemt ons mee naar een volgend dorp en heeft dan nog een verrassing in huis. Het restaurant waar onze lunch gepland is, heeft er geen moeite mee dat we een uurtje later komen. 'I'll show you the Blue Lake', glimlacht Stefano.

Ik wandel omhoog en de benen zijn akkoord. Achter me ligt een geelgekleurde weide in een door steile bergwanden gevormde arena, waar de donkere pijnbomen het publiek lijken te zijn. Een turquoise-witte streep slingert er dwars doorheen om daarna te verdwijnen in de bossen boven Champoluc. We zijn een flink stuk omhoog gereden en lopen de laatste twintig minuten naar het meer, waarvan Stefano enthousiast blijft roepen dat we die gezien moeten hebben. Hij laat ons ruiken en proeven aan alle bloemen en kruiden die we op het klimmende rotspad tegen komen. Voor ons is een enorme puinhelling zichtbaar waarachter de Monta Rosa gletsjers zich ver hebben terug getrokken. De helling heeft een dijk gevormd zodat het gletsjerwater niet verder kan.

'I'm sorry, it's not blue', verontschuldigt Stefano zich. We horen het amper als de bekoring van het spiegelgladde turqouise water ons pakt.Het meer is klein, een half voetbalveld misschien, maar groots in schoonheid. Links staan de stammen van een aantal oude larixen in het water, daarachter maken jonge soortgenoten een intiem groen decor. Naar rechts buigt de puinhelling als een halve maan om het meer, ze beschermt haar goed. De toppen van de Monta Rosa zijn dichterbij dan ooit, maar amper zichtbaar door de dikke wolken. Ik begrijp dat de Blue Lake haar naam pas waar maakt als de lucht kraakhelder is.

Het water is minder koud dan gedacht, doch pootje baden is de grens. Het meer is een populaire picknickplaats en rustpunt voor de vele wandelingen in de omgeving. Ik zou hier heel lang willen blijven, willen wegdromen bij een blik in het Ayasdal om weer wakker te worden met de voeten in het frisse water. Maar de lunch in wat Stefano een van de beste restaurants van Aosta noemt, wacht. Ik wandel met tegenzin en doe dat langzaam. Het afscheid van deze mooie plek kan mij niet traag genoeg.

Andrea is een trotse doch bescheiden man. Lang en slank met een ongestylde sik, waarboven zijn krullende haar een eerste kale plek toont. Hij heeft iets van een wilde binnenhuisschilder bij wie de verfspatten op de kleding zitten. Zijn schort verraadt anders, het zijn de sporen van de keuken die mogen laten zie wie de kok is. En een uitstekend gastheer bovendien, want zijn warme ontvangst en rustige uitleg over wat we gaan eten en drinken beloven veel. In goed Engels, zodat Stefano even geen gids c.q. vertaler hoeft te zijn en zichtbaar meegeniet al weet hij wat er gaat komen. Vier gangen zijn gebruikelijk, liefst allen met een andere wijn.

Het wordt een lunch van ongekende verwennerij. Geen opsmuk van een kleine portie in een garniturenschilderij, doordrenkt met sauzen die de smaak bepalen.
Nee, de smaak moet de smaak zijn zoals die is, zuiver en voldoende groot om er lang van te genieten. Van het aperitief tot de handgemaakte pasta met de huisgemaakte ragout, in de exact 'well done' bereide T-bonefilet (jawel) en het onverslaanbare Italiaanse ijs. Witte wijn en rode wijn van de Aosta-flanken, voor het desert een muskaatwijntje en tot slot een plaatselijke liquor naast de dubbele expresso ter afronding.
Grazie mille Andrea voor deze belangrijke les; 'puurheid' hoort in overdaad in de Valle d'Aosta-pan!

Ik wandel... en wankel, maar dat zal niemand verbazen. Pino, onze trouwe chauffeur, lacht als ik de ogen even dicht doe in het halfuurtje naar ons volgende doel. We stappen straks in de wereld van de Romeinen en het koningshuis Savoie. De Ayas-vallei uit naar de centrale Aosta-vallei waar inmiddels donker wolken tussen de bergen hangen.
Voor nu de stoel iets achterover. 'Pino, drive slowly please...'.

 

 


 

 

 


 

 

 



De Adventure Week reportagereis werd mede mogelijk gemaakt door

http://www.lovevda.nl/

 

 

 

 

deel dit artikel met je vrienden:

Reacties van bezoekers Reageer

doppie

Door: doppie • Geplaatst op

De husky's neemt niemand me meer af, maar wat zou ik graag een hele week Fins vreten willen ruilen voor één uur bij Andrea. Ik zit nu echt te kwijlen, rust niet te lang.

Dat je het koude water niet in bent gedoken zij je vergeven........

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.