Reisnieuws

La Troba Kung-Fú: swingende rumba Catalana

Gepubliceerd: 22 nov 2009
0

Soms kom je een band tegen, die zelfs de meest roestige heupen los kan krijgen. La Troba Kung-Fú is daar een goed voorbeeld van. Met een swingende mix van rumba, cumbia, ron, reggae en boogiewoogie weet deze Catelaanse band overal de voetjes van de vloer te krijgen.


De groep, bestaande uit zeven muzikanten, werd vier jaar geleden opgericht, maar ieder bandlid heeft zijn sporen in de muziek al verdiend. Oprichter en zanger Joan Garriga behaalde op jonge leeftijd faam als onderdeel van het zeer populaire Dusminguet, waar ook jeugdvriend en geluidsman Toti Arimany en bassist María Roch deel van uitmaakten. Met de nieuwe band moesten ze zich opnieuw in eigen land en over de grenzen bewijzen. En dat gaat ze goed af. Na Frankrijk, België en Duitsland wisten ze ook Mexico en zelfs de Verenigde Staten voor zich te winnen. En ons eigen kleine landje, niet te vergeten. In juni traden ze voor de tweede maal dit jaar op in Nederland en Columbus dropte binnen voor een praatje met de zanger en de geluidsman.

Wat is de domste vraag die jullie ooit gesteld is?
Joan: ‘Wat voor muziek speel je’. Het is moeilijk daarover te spreken, we doen het, het is niet rationeel. Het is geen domme vraag, geen moeilijke vraag. We denken er liever niet over na. En verder... Er worden ons wel vaker domme vragen gesteld, maar dat zijn eigenlijk ook de vragen die ik meteen weer vergeet, haha!
Toti: Mensen stellen vaak vragen met de verkeerde informatie of hebben zich niet goed ingelezen.
Joan: Zo is onze eerste cd ruim drie jaar geleden uitgekomen in Spanje. Nog geen jaar geleden werd me door een journalist, een Spaanse nog wel, gevraagd naar onze 'nieuwe cd' Clavell Morenet, die toen dus al minstens twee jaar op de markt was.


Jullie zijn enerzijds een echte Catalaanse band, maar jullie touren veel internationaal. Hoe is je muziek beïnvloed door andere culturen, muzikanten?
Toti: In Barcelona wonen veel mensen uit andere landen. Daardoor word je per definitie beïnvloed.
Joan: In onze traditie, onze cultuur is er op feesten veel muziek uit Latijns-Amerika, dat is herkenbaar en dat krijg je dus sowieso mee. Maar verder hangt het af van je interesse; ik houd heel erg van de wat oudere wereldmuziek, luisteren waar de roots liggen, muziek voordat alles opgenomen werd, waar alles aan ten grondslag ligt. Populaire muziek was heel anders voordat dingen als platen en cd’s kwamen.
Toti: We zijn denk ik meer bezig met het terughalen van die oude cultuur dan dat we bezig zijn binnen een bepaalde muziekstijl. Daarom is het ook moeilijk te benoemen.
Joan: Een lied is nooit klaar, het is geen instrument. Het is een onderdeel van je geluk.
Toti: Dat gevoel is er heel sterk in sommige landen, zoals Latijns Amerika en Afrika. Daar maakt muziek veel meer deel uit van het dagelijkse leven.

Gold dat ook in jullie dagelijkse leven toen jullie opgroeiden?
Joan: Mijn vader speelde wel wat gitaar, maar niet heel vaak. Ik ben wel beïnvloed door de liedjes die hij voor me zong toen ik een kind was, maar ook door de straatfeesten en de bands die daar speelden, de patchanka. Maar ik ben pas accordeon gaan spelen op mijn 21e. Ik speelde als kind wel piano en later, rond mijn vijftiende, begon ik de mondharmonica en trombone te spelen.


Wist je wel al op jonge leeftijd dat je iets met muziek wilde doen?
Joan: Muziek was een hobby, iets wat ik voor mezelf deed. Ik wilde veel verschillende dingen doen. Ik begon filosofie te studeren en heb me verdiept in de regie van films en zo waren er nog zoveel projecten. Maar uiteindelijk speelde ik iedere week met vrienden en langzaamaan werd het een steeds groter onderdeel van mijn leven.

Dusminguet is eigenlijk de eerste band waar je bekend mee werd. Is dat dan ook zo organisch ontstaan?
Joan: Het is ook gewoon zo gegroeid. We speelden als hobby, maar er kwamen steeds meer concerten.


Toen Dusminguet eindigde, wist je toen al dat je door wilde gaan in muziek, dat je een nieuwe band zou starten?
Joan: Nee, ik had eigenlijk geen idee wat ik wilde. Het kostte best wel wat tijd ook om dat uit te vogelen. Twee jaar lang speelde ik met andere muzikanten, produceerde voor andere bands en uiteindelijk ben ik met Maria en Toti wat nummers op gaan nemen.

Kennen jullie elkaar al van kinds af aan?
Toti: Ja, we komen uit hetzelfde dorp (Garriga, red.) en zijn samen opgegroeid. Ik werkte ook als geluidsman voor Dusminguet en ook Maria speelde als gitarist mee in die band.


Werken jullie ook samen met muzikanten uit andere landen?
Toti:We treden wel eens op met andere artiesten, maar hebben tot dusver geen muziek opgenomen met internationale muzikanten. Onze percussionist, Flor, komt wel uit Argentinië. Soms maken we wel remixes samen met andere artiesten, zoals van ons nummer Cumbia Infierno. En tijdens concerten zingen we vaak Apartheit is Nazism (van Alphablondy; red).
Barcelona heeft van oudsher veel internationale muzikanten getrokken. Het was een stad die relatief goedkoop was, waar muziek echt leefde. Mensen zijn creatief, je ontmoet veel gelijkgestemden en het is relatief klein, dus mensen leren elkaar snel kennen en dat maakt het op sommige fronten makkelijker om naam te maken. Internationale samenwerkingen ontstonden daar dan ook vrij gemakkelijk.

Is dat nu anders?
Joan: het is shit nu.
Toti: Cd’s zijn duur geworden, het is modieus geworden om cd’s op te nemen. Er zijn nog steeds veel internationale muzikanten, maar ze produceren niets meer.
Joan: Het is stuk moeilijker geworden om plekken te vinden waar bandjes optreden, om talent te vinden. Er zijn geen vaste barretjes meer, de locals verspreiden zich ook steeds meer.


Is er nog een place to be om lokaal talent te zien optreden?
Joan: Ik ben dol op Barcelona, het is prachtig en interessant, maar vaak zie je de schoonheid pas als je erin verdwaalt. In het centrum, in de oude stad zijn er 1001 bijzondere adresjes. Maar die moet je niet krijgen, die moet je zelf zien te vinden. Ik wil eigenlijk geen tips geven, want je moet gewoon zelf gaan speuren in de stad, dan zie je pas de schoonheid ervan. Als je het labyrint vindt, zul je binnenin geluk vinden. Just get lost.

Zijn er dan internationaal plekken die je ons aan kunt raden, plaatsen die jullie geïnspireerd hebben?
Joan: Ik ben verliefd op Brussel, het is een prachtige stad, met veel muziekcultuur. Daar kan ik me echt in verliezen.
Toti: Fête de la Musique is echt geweldig. Overal worden dan concerten georganiseerd. Als muzikant, maar ook als muziekliefhebber, kun je daar je hart ophalen.

Proberen jullie ook wat van de cultuur mee te krijgen als jullie in het buitenland zijn?
Toti: Als we de kans krijgen, proberen we dat zeker. Reizen geeft toch een gevoel van vrijheid, maar dan moet je ook de kans krijgen wat cultuur te snuiven. Soms blijven we na een tour ook nog een paar extra dagen ergens, of we plannen wat dagen tussen de optredens.
Joan: In Mexico zijn we een paar dagen langer gebleven en in New York hebben we er zelfs tien dagen aan vastgeplakt, waarbij we ook een paar nummers in een studio daar hebben opgenomen.
Toti: Maar het is niet altijd mogelijk. Soms moeten we de volgende dag al 500 kilometer verderop zijn.
Joan: Ik sta graag heel vroeg op en struin de straten af van een onbekende stad. Anders krijg je de kans niet. Dat is trouwens iets wat ik thuis ook altijd doe. Dus als ik in het buitenland ben, ga ik altijd 's ochtends vroeg wandelen. Vanochtend ging ik bijvoorbeeld naar de markt om haring en kaas te halen. Net als een local, haha.


Waar was het publiek het meest bijzonder?
Toti: In Nederland. We hebben opgetreden op Lowlands en het publiek ging totaal uit zijn dak. Dat was wel heel erg indrukwekkend.
Joan: Ik heb ook echt genoten van onze optredens in New York.
Toti: New York is geweldig. Je kunt er alles vinden. Het is een wereld op zich. We hebben daar met een accordeonist uit de Dominicaanse Republiek gespeeld bijvoorbeeld. Dat is heel leuk, omdat je van zo'n muzikant ook weer van alles leert.



Allemaal goede herinneringen dus. Maak je ook wel eens iets geks mee?
Toti: Te veel om op te noemen, haha.
Joan (grijnst): Ik kan me alleen dingen herinneren, die ik jullie niet kan vertellen.

Wie bedenkt de songteksten en de muziek? Levert iedereen daar zijn bijdrage aan?
Joan: Ik componeer doorgaans alleen. Ik ben eigenlijk altijd bezig met componeren wanneer ik niet aan het spelen ben.


Maak je dan de compositie voor ieder instrument?
Joan: Ik suggereer hoe het moet klinken en ik hoop maar dat ze het volgen, haha!
Toti: Doorgaans maken we wat demo’s op basis van Joan’s input en gaan van daaruit verder. Iedereen heeft wel zeggenschap, soms werkt iets niet en dan komt een bandlid met een ander idee.
Joan: De eerste cd, Clavell Morenet, heb ik zelf gecomponeerd. We hebben de liedjes eerst opgenomen en vervolgens zijn we ermee op gaan treden. Nu doen we het iets anders. We hebben inmiddels veel nieuwe nummers die we nu eerst live spelen. Op die manier kunnen we ze eigen maken en kijken hoe het publiek erop reageert. Pas later dit jaar of begin volgend jaar, zullen we ze uiteindelijk op gaan nemen. We hebben in de tussentijd wel een live cd van onze eerdere nummers uitgebracht. Die cd is trouwens in Nederland opgenomen, in Ernesto’s Cantina in Sittard. We kennen de eigenaren en treden daar vaker op.


Componeren is natuurlijk iets heel anders dan zingen. Had je daar al ervaring mee in Dusminguet of ging het er daar anders aan toe?
Joan: Met Dusminguet waren de drummer en gitarist ook componisten. Als je nar die cd’s luistert, kun je ook horen dat sommige nummers erg verschillend van elkaar zijn, omdat ze het voortvloeisel zijn van verschillende geesten. Dat is met name het geval in de eerste cd, die was heel creatief maar ook echt een mengelmoes. De tweede en derde cd zijn meer synchroon, omdat er één componist achter zat.

Je zingt nu ook vaak een Dusminguet nummer: Son. Ben je van plan dat meer te doen?
Joan: Aan sommige liedjes heb ik hele goede herinneringen, het is leuk om die dan weer te spelen. Maar we zullen niet het hele Dusminguet repertoire gaan herhalen.


Jullie hadden een pianist, maar die is vertrokken. Nu treden jullie op zonder piano. Missen jullie dat instument niet?
Joan: Jawel. Munjeco trad vaak met ons op, maar hij speelde met 1000 bandjes, en trad ook op met Ojos de Brujo, Macaco en vele anderen. Uiteindelijk besloot hij zijn eigen weg te gaan en zelf een cd te maken. Toen hij vertrok, hebben we er wel over nagedacht een nieuwe pianist erbij te halen, maar uiteindelijk werd dat een elektrisch gitarist. En dat werkt goed. Misschien komt er nog wel een pianist bij in de toekomst. Al willen we ook een Spaanse gitaar toevoegen aan de band.

Dat is een flinke uitbreiding.
Joan: Ja, we zullen zien. We richten ons eerst op onze nieuwe cd, die naar verwachting volgend jaar uitkomt. Er zijn in ieder voldoende plannen om voorlopig nog even door te gaan!

Bekijk 'Calor Calor' van La Troba Kung-Fú




Meer over La Troba Kung-Fú kun je lezen en luisteren op Latrobakungfu.net











deel dit artikel met je vrienden:

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.