Algarve reisblogs

Een katterug op de rio Gaudiana

Santer was er (tot 20 dec 1976) Gepost op 20 dec 092 reacties

Wij verplaatsten ons per katterug. Zo werd de Volvo PV 444 genoemd waarmee we 4 weken op stap waren. Kattenruggen waren zeer populair bij studenten en ook mijn reisgenoot Gerard, door mij steevast Sjek genoemd, had er een. We waren de hele westkust van Spanje en Portugal af gereisd en stonden nu op het punt de grens tussen Portugal en Spanje te passeren. Er was echter een probleem: er was hier geen vaste verbinding tussen beide landen. De grens liep ergens midden in de rivier Rio Gaudiana die uitmondde in de oceaan. Men had er wat opgevonden en een zeer gammele, roestige pont ingeschakeld.
De Portugese douane had zijn burelen op vaste Portugese grond gevestigd en niet zoals regelen der kunst dat vereiste midden in de rivier. De douaneposten die men daar aanvankelijk had gesitueerd, had men veel later teruggevonden in de buurt van de Canarische eilanden. Dus had men besloten tot een vaste post en een pont. Alvorens je over twee houten balken, die provisorisch tussen de wal en het schip waren neergelegd en absoluut geen gedegen indruk maakten, het schip mocht oprijden werd je eerst stevig gevisiteerd door enkele beambten. Wij waren nog niet aan de beurt.
Voor ons stond een BMW-cabrio met Duits kenteken en een hevig opgetuigd stel; zij met een getoupeerd haarlakkapsel en zeer hoge hakken en hij met een even kunstmatig Elvis-kapsel en puntschoenen. Het waren Duitsers hè. Alles werd de auto uitgesleept. Alle koffers, alle tassen en één beautycase. Tegenwoordig ziet met die dingen niet veel meer, maar toen was dat een onmisbaar attribuut voor een jonge vrouw. Het was een merkwaardig vierkant ding, een doos met een handvat bovenop. Van wit leer. En daar zat dan van alles in wat een vrouw tot beauty kon maken. Potjes met zalf, doosjes met poeder, flesjes met geurtjes, lipsticks, flesjes met nagellak, cremes, borstels, kammen, spiegeltjes, schaartjes, vijltjes, watten, nog meer flesjes, met milk, en eau de toilette, wattenstaafjes, nou ja noem maar op. En alles lag nu op de grond of was in het gras gegooid. Zij keek in opperste paniek naar wat hier allemaal gebeurde. De slipjes kwamen uit de koffers, de b.h.’s lagen op de achterklep, jurken op de achterbank en schoenen werden van binnen en van buiten bekeken.
Wij zaten het met stijgende verbazing te bekijken en vreesden de toekomst met grote vreze. De douaniers hadden er een sadistisch genoegen in om alles met grote traagheid grϋndlich te onderzoeken. En daarbij smalend lachend naar hun slachtoffers te kijken. Waarschijnlijk hadden ze een rekening te vereffenen of was vanuit Lissabon de opdracht gekomen nu eindelijk die grote drugsdealers vast te zetten. Maar zoals aan elke lijdensweg kwam ook hier een eind aan. De Duitsers mochten hun spullen bij elkaar rapen. Er was niets gevonden.
En nu wij. Wij waren ’s ochtends nogal laat vertrokken en hadden in grote haast tent en toebehoren, kookgerei, kleren, eten en drank achter in de auto gegooid. ’s Avonds moest het er toch weer uit dus wat was het nut in deze bagage enige ordening te brengen. De gefrustreerde beambten kwamen met dreigende pas naar ons automobiel. We keken geïnteresseerd naar de mooie blauwe lucht en controleerden of daar geen wolkje te vinden was. Nee, dat wolkje was daar niet te vinden maar wel op het gezicht van de douanier die op mijn raampje tikte. Of ik er even uit wilde komen. Dat wilde ik best. Ik zou eens even laten zien hoe coöperatief ik was met het Portugese volk. Op ik de klep open wilde doen. Maar natuurlijk, met alle plezier. Ik pakte de sleutel, ontsloot het slot en deed de klep omhoog. Ga uw gang, wees ik, zweetdruppels van mijn gezicht wissend.
De inspecteur keek naar de ongeorganiseerde rotzooi onder de klep en keek mij vragend aan. Wat dat was? Ik vermoedde dat ‘bagage’ niet het verwachtte antwoord was, maar vond ‘drugs’ te ver gaan en ‘aardappelen’ niet toereikend, dus ik koos voor ‘onze tent’.
Hij stak zijn arm uit en in ons reisgoed. Net zo snel haalde hij zijn arm er weer uit. Op zijn arm bevonden zich nu enige resten boter, wat achtergebleven camembert, een toefje mayonaise en om het op z’n Hollands af te ronden, wat pindakaas op zijn rechter pink. Hij keek naar zijn arm, trok een zeer vies gezicht, gooide de klep met een klap dicht en verwees ons naar de boot. Hij had zelfs onze paspoorten niet gecontroleerd.

Santer Positie 18470 (0 p.) Lid sinds 02-06-2009 Foto's en tips: 2 Blogs: 9 Fans: 0
deel dit artikel met je vrienden:

Andere blogs van deze gebruiker

In Memoriam
0 2
Gepost op 05 februari
Nederland Utrecht
De agent en de monnik
0 11
Gepost op 28 december
Indonesië Bali
Schunnig liedje in de Andes
0 5
Gepost op 24 december
Peru Cusco provincie

Reacties bij deze blog

albertensandra

Door: albertensandra • Geplaatst op

Hahaha, ja het is altijd maar afwachten hoe het bij de grens gaat. Leuk verhaal!

Lola

Door: Lola • Geplaatst op

Mooi verslag. Het viel me al eerder op dat je goed kunt schrijven. Leuk einde ook!

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.