Sumatra reisblogs

Orang belanda gaat naar Aceh

Mireille was er (tot 12 mei 1991) Gepost op 12 apr 0910 reacties

Heel stil lig ik op mijn smalle bedje in de losmen. Een benauwd kamertje waar een eerdere logee verveeld zijn liefdesverdriet op de muur getekend heeft. De plafond ventilator draait even verveeld in de rondte het is slechts een verplaatsing van warme lucht, een mot vliegt telkens daas tegen het met gaasbedekte miniraampje eveneens op plafond hoogte. Het is niet te harden, het klamme zweet breekt me uit en mijn hersens timmeren tegen mijn schedel. Gehuld in een sarong slof ik naar de gemeenschappelijke badkamer en hijs koud water uit de mandibak over me heen. Slof al druppend weer terug naar het zweetkamertje en ga weer roerloos liggen, uiteindelijk val ik in een diepe slaap.

Bij het wakker worden ligt de mot verstijfd op het hoofdkussen, een nacht van kopstoten was voor het dier noodlottig. Na een bezoek aan de verfrissende mandibak ben ik er klaar voor. Jawel, de reis gaat naar de hooglanden van Aceh waar vrienden op een koffieplantage in Pondok Gajah wonen. Wat ik nog zou ontdekken, een reis die weinig vrouwelijke backpackers ondernemen in 1990.

De Lonely Planet wijst me richting het busstation van Medan. Chaos tref ik aan; het krioelt er van de mensen, schreeuwende kleinhandelaars en bussen jakkeren af en aan. Het overweldigt me, maar niet te lang want ik gooi me in de menigte en ga op zoek naar de ‘long distance aircon deluxe bus’ met bestemming Biruen. Het is pas zeven uur en het zweet loopt in straaltjes langs mijn rug, mijn T’shirt lijkt alsof ik aan de ‘Wet T’shirt wedstrijd’ mee doe. Bus gevonden, mijn rugzak wordt op het dak van de hevig ronkende bus gehesen, ik stap in……watzzzdit… is dit een vrieskist?! De anderen zitten ineengedoken in hun stoeltjes en ik zie dat ik de enige orang belanda ben. Dat valt mijn medereizigers óók op, ik wordt nieuwsgierig bekeken ‘orang belanda! orang belanda!’ hoor ik om me heen en mijn ‘wet T’shirt’ bezorgt mij een ongemakkelijk gevoel in deze streng islamitische streek. Ik duik mijn stoeltje in, eveneens ineengedoken door kou en schaamte, maar vooral omdat de stoelmaat ingesteld is op een Indonesische lengtemaat. De ronkende vrieskist verandert in een muzikale ijskast, de bandrecorder staat voor de reizigers vermaak keihard aan. Na enige uren hobbelen en genietend naar buiten kijken ontstaat er een wel hele vervelende sensatie in mijn onderbuik, namelijk mijn volle blaas die door het roekeloze rijgedrag door mijn onderbuik stuitert. Op het moment dat ik denk zo heb ik een natte stoel, wordt er gestopt. ‘Kamar kecil!” roep ik schijnbaar erg duidelijk in nood. Bij de hand wordt ik naar een kamer gebracht. Enigszins verbaasd, met de benen in krampstand, zie geen wc, alleen een mandi bak, een gat ik de muur en twee plastic bakken vaat bij de deur zonder deur. Ik kijk door de deur zonder deur en vraag ‘Kamar kecil?’ Het antwoord een grote grijns en een handgebaar richting de kamer waar ik sta. De restaurateur dacht vast, die oerang blanda schaamt zich, dus wordt een stoel in de deur zonder deur geplaatst. Opgelost een stoeldeur! De gat in de muur maar opgezocht en daar gehurkt, ohhhh zaligheid! Met water uit de mandibak mijn slippers en vloer schoongehoosd, al dankend stap ik door de stoeldeur.

Na een reis van 8 uur in mijn Deluxe-jukebox-ijskast op wielen kom ik aan in Biruen. De bus voor Takengon bleek een maatje kleiner en minder deluxe te zijn, zeg maar rustig een rammelbak met enkele ontbrekende ramen. De kleine chauffeur kijkt me aan en wijst mij de stoel voorin met voldoende beenruimte. Blij ga ik zitten, kijk rond en denk nog dit is wel de beste plek - bof ik! Met een schuddende stoot brult de bus tot leven, de bandrecorder gaat weer voluit aan…aiaiai…de speaker hangt boven mijn hoofd! Rap ontdek ik dat die mooie stoel verre van een fijne plek is…….mijn neus te dicht op de vooruit en mijn buurman een snelheidsduivel met stuur in één hand, de ander hangt namelijk achterloos uit zijn raam. Ooooohhh…. jeremieer ik van binnen bij iedere wilde slalom langs hangbuikzwijntjes, kippen en geiten of de gierende remmen voor een onoplettende becak bestuurder. Regelmatig duikel ik bijna door de voorruit als de bus tot stoppen wordt gemaand. De bruggen over gezwollen rivieren zijn amper een paar aan elkaar gebonden planken, rammelend komen we iedere keer aan de overkant. Al na één uur rijden we een wolkbreuk in, de bus als amfibie maakt twee grote bogen water van het overstroomde wegdek. Ook ik zit gauw wéér eens in mijn ‘Wet T’shirt’, ja goed geraden,naast de mooie stoel ontbreekt het raam. “Fluop fluop fluop fluop” de bus zwabbert, er wordt gestopt. Één band aan flarden. Nou zou je denken dat een band wisselen zo is gedaan, niets is minder waar. Iedereen lijkt zich ermee te bemoeien; hurken, kijken, debatteren, het is zo een uur verder eer iedereen weer zit. Tijdens deze band-pauze maakte mijn blaas zich weer kenbaar. Op mijn vraag naar een ‘Kamar kecil’ werd ik door een aantal dames begeleid naar een hok met één goot. Er wordt naar de goot gewezen, de behulpzame dames zien mijn twijfel en trekken gezamenlijk de sarongs omhoog en hurken boven de goot, zes paar ogen richten zich op mijn gezicht. Toe-dan-maar, de broek omlaag en naast de dames boven de goot, zes paar ogen richtte zich vervolgens op die ongekend witte orang belanda billen. Hmmmm…..probeer dan maar eens te plassen!

Na een overnachting tussen gebloemde lakens in het enige hotel wandelde ik opnieuw naar de bus, een klein busje waarvan de voorgeschreven 12 personen ruimschoots is overschreden. Een tros levende kippen wordt onder mijn bank geslingerd, de toko kar naast het busje wordt het dak opgetakeld samen met ettelijke grote manden waarvan bij één twee oren en een stekker snuit uitsteken. Claxonnerend rijden we weg, vier mannen hangen half uit de open deur, het imperiaal evenzo hoog als de bus en binnen…er kan geen kind meer bij. Al vlot hangt er een kruidnagel geurend rookgordijn en het Indonesisch levenslied galmde ons toe. Het is een dolle boel, lachen was het met die Indonesiërs of beter gezegd lachen om mij. Wanneer alle twintig medepassagiers ‘Gayah!!!’ brullen, weet ik dat we er zijn. Vriendin Lies ziet eerst een busje zijn Indonesische inhoud legen vervolgens stapt de verfomfaaide Mireille uit! Jiiiihaaa ik ben er!!!!

Mireille Positie 462 (726 p.) Lid sinds 14-09-2007 Foto's en tips: 1174 Blogs: 34 Fans: 14

Foto's bij deze blog

blogfoto nr. 1
In Takengon trek ik bekijks
blogfoto nr. 2
Sate gambing onderweg
deel dit artikel met je vrienden:

Andere blogs van deze gebruiker

Zimbabwean Roadtrip
4 14
Gepost op 13 juni
Zimbabwe
(On)gedierte en andere tropenhorrors 3
4 32
Gepost op 25 februari
Nederland Utrecht
(On)gedierte en andere tropenhorrors 2
2 16
Gepost op 21 februari
Nederland Utrecht

Reacties bij deze blog

zeester

Door: zeester • Geplaatst op

Weer heerlijk beeldend geschreven..... ga zo door zou ik zeggen, je hebt al heel wat fans.

gorke

Door: gorke • Geplaatst op

Geweldig geschreven Mireille ik heb me weer kostelijk vermaakt bij het lezen van dit blog, ik zag het helemaal gebeuren haha het is ook zo leuk herkenbaar!

Lione Kolsteren

Door: Lione Kolsteren • Geplaatst op

Heel herkenbaar zowel wat de ontberingen betreft als het reizen door Sumatra. Er is nog niet zo veel veranderd, de wegen zijn nog altijd slecht. Wat een scherp opmerkingsvermogen heb je toch en wat schrijf je het boeiend op! Dit is een echt reisverhaal!

Bowral

Door: Bowral • Geplaatst op

Verbazingwekkend hoe je dit nog allemaal weet! Heb je toen een soort dagboek bijgehouden. Sumatra is voor mij 29 jaar geleden en (helaas) heb alleen nog vage herinneringen. Na het lezen van dit verhaal komt er toch weer het een ander boven ....

GrietBuis

Door: GrietBuis • Geplaatst op

Weer een geweldig verhaal! Ik was in 1982 voor het eerst op Sumatra maar dit soort taferelen staan in mijn geheugen gegrift, heel herkenbaar!!

Laat een reactie achter

Meld je aan of log in met je Reisreporter account of met Facebook als je zelf een reactie wilt achterlaten.